1. De meest relevante punten

  • Schizofrenie en psychosen komen meer voor bij niet-westerse migranten, vooral bij de tweede generatie. Zij worden vaker gedwongen opgenomen.
  • Migratie en sociale exclusie lijken een belangrijke rol te spelen bij het vaker voorkomen van schizofrenie en psychose.
  • Migranten met symptomen van een psychose komen vaak laat in de zorg. Dit komt voort uit het niet onderkennen van symptomen, huiver voor stigma van de GGZ of eerst naar een traditionele genezer / priester gaan.
  • Aandacht voor de culturele verklaring van wanen is belangrijk; winti, het boze oog en voodoo zijn voorbeelden van culturele verklaringsmodellen.
  • Medicatie (zoals bijvoorbeeld antipsychotica en antidepressiva)kunnen verschillen in (bij)werking vertonen bij verschillende etnische groepen.
  • Lifetimeprevalentie van schizofrenie in de gehele bevolking is 1%.
  • Schizofrenie lijkt vaker voor te komen onder migrantenpopulaties. De kans dat iemand met een eerste generatie Surinaamse of Antilliaanse afkomst schizofrenie krijgt, is 3 maal groter dan een autochtone Nederlander. Bij Marokkanen is de kans zelfs 4,5 maal groter. Voor Turken werd geen duidelijk verschil gevonden.
  • Het risico werd eerder groter dan kleiner bij ’tweede-generatie’ migranten.
  • De prevalentie van behandelde psychose is bij Surinaams-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse mannen van de eerste generatie hoger dan bij autochtone mannen (respectievelijk 2,12%, 1,15% en 0,45%).
  • Het risico op ambulante of klinische behandeling wegens een psychose was voor Marokkaanse, Antilliaanse en Surinaamse, en in mindere mate Turkse, Nederlanders van de tweede generatie 6 tot 9 keer hoger dan voor autochtone leeftijdsgenoten.
  • De wijze waarop migranten hun eigen identiteit bestempelen, en de waarde die ze daaraan toekennen, is bij hen van invloed op de ontwikkeling van schizofrenie. Migranten die zich niet of negatief identificeren met hun eigen etnische groep, hebben meer kans op schizofrenie dan migranten die een sterke etnische identiteit hebben.
  • Het is aannemelijk dat sociaalpsychologische factoren geassocieerd met migratie de verhoogde risico’s voor migranten verklaren. Sommige Turks-Nederlandse jongeren hebben het gevoel dat ze nooit een onderdeel van de Nederlandse samenleving zullen worden. Het sociale vangnet waar hun ouders wel een beroep op konden doen is tegenwoordig broos geworden en huiselijk geweld komt voor.
  • Drugsgebruik lijkt een verklaring, maar is niet de enige. Een meta-analyse liet zien dat het risico op bv schizofrenie wereldwijd even sterk verhoogd is voor vrouwelijke als voor mannelijke migranten, terwijl mannen veel meer drugs gebruiken dan vrouwen.
  • Wonen in een wijk met veel leden van de eigen etnische groep heeft een beschermend effect.
  • Onderzoek roept de vraag op of de verhoogde prevalentie van psychoses en schizofrenie onder sommige migrantengroepen niet voortkomt uit een onvoldoende cultuursensitieve diagnostiek, waardoor symptomen onterecht als horend bij een psychose worden beoordeeld. De betrouwbaarheid van de diagnostiek bij een psychose neemt mogelijk toe bij gebruik van een cultuursensitieve versie van een semigestructureerde vragenlijst. CASH (= Comprehensive Assessment of Symptoms and History) versus CASH-CS (= cultuursensitieve versie, verkrijgbaar als addendum bij de multidisciplinaire richtlijn schizofrenie van het Trimbos instituut)).
  • Migranten worden vaker met een juridische maatregel opgenomen dan autochtonen. 90% Van de autochtone patiënten met een psychose wordt vrijwillig opgenomen, tegenover slechts 80% van de Surinaamse Nederlanders. Verklaring: hogere prevalentie van ernstig psychiatrische stoornissen, maar ook wantrouwen jegens de GGZ, mede doordat hulpverleners migranten mogelijk sneller als gevaarlijk en psychotisch bestempelen. Migranten beschouwen een GGZ opname vaker als opname in een gekkenhuis.
  • Cultuurverschillen
    • Cultuur bepaalt in hoge mate wat als normaal of abnormaal gedefinieerd wordt. Bij patiënten beïnvloedt dit hoe zij hun klachten beleven, interpreteren en uiten en bij hulpverleners beïnvloedt dit hoe zij de symptomen en klachten beoordelen en interpreteren. Zo kunnen cultureel bepaalde ervaringen zoals trance of bezetenheid (door de duivel, door een djinn, een geest) in het westen worden gezien als hallucinaties binnen een psychose.
    • Men zal in het land van herkomst lang niet altijd naar een arts gaan, maar naar de imam, de bonuman of de medicijnman.
    • Zo is ook de DSM classificatie geënt op de westerse psychiatrie en op wat daar als abnormaal wordt beschouwd. In de DSM–IV werd overigens een uitzondering gemaakt voor: ‘cultuurgebonden syndromen’; clusters van symptomen die niet wereldwijd voorkomen. Zo is ‘anorexia nervosa’ een typisch westers syndroom, terwijl ‘koro’ (de overtuiging dat geslachtsorganen krimpen en in het lichaam terugtrekken met fatale gevolgen) alleen in Indonesië en China voorkomt. In de DSM-5 is een bijlage ‘culturele concepten van stress’ opgenomen. Het Trimbosinstituut maakte een cultuursensitief addendum bij de multidisciplinaire richtlijn schizofrenie, waarbij ook aandacht voor het CASH-CS.
  • Cultuurgebonden of alternatieve verklaringen voor wanen of hallucinaties
    • Winti is een traditionele Afrikaanse religie, die met de slavernij in Suriname is terechtgekomen. Alle winti bestaan uit goedaardige en boosaardige aspecten. De winti waken net als de vooroudergeesten over de familieleden, deze eren hen en brengen hen offers als dank. Als men echter de spirituele regels en wetten overtreedt kan dit tot vergelding door de winti
    • Het boze oog is een algemeen bekend folkloristisch of bijgelovig element: men geloofde dat iemand (bijvoorbeeld een heks) met het boze oog anderen expres zou willen bezeren of zelfs doden. Het geloof in het boze oog is erg sterk in het Midden-Oosten, Azië en Europa; vooral in het Middellandse Zeegebied.
    • Voodoo is een religie die zijn oorsprong heeft in West-Afrika, met name in Togo en Benin. Bij voodoo wordt het geloof in een schepper, bijgestaan door lagere goden, godinnen, voorouders en geesten gecombineerd. Het woord voodoo is afgeleid van de Vodu, de 14 mindere goden van West-Afrika.

Voor delier in de palliatieve fase: Zie onderwerp Palliatieve zorg.

  • Anamnese en diagnostiek
    • Symptomen
      Volgens de DSM-5 is er sprake van schizofrenie als twee of meer van de volgende symptomen, elk gedurende één maand een belangrijk deel van de tijd  aanwezig zijn:

      • Wanen
      • Hallucinaties
      • Negatieve symptomen: gebrek aan daadkracht, vervlakking van emotie, trage gedachten.
      • Onsamenhangende spraak (bv frequent de draad kwijtraken of incoherentie).
      • Ernstig chaotisch of katatoon gedrag (het willekeurig aannemen van inadequate of bizarre houdingen).
        Tenminste een van de twee kenmerkende symptomen betreft wanen, hallucinaties of gedesorganiseerde spraak.
    • Ga bij wanen na of de ervaring begrepen kan worden in een culturele traditie of religie. Check of de patiënt in bovennatuurlijke verklaringen gelooft zoals het boze oog, een djinn of magie. Vraag door als patiënten aangeven stemmen te horen; het kan een manier zijn om gedachten te uiten.
  • Behandeling
    • Heel veel staat of valt met communicatie met zowel de patiënt als zijn familie, waarbij voorlichting over wat er gaat gebeuren, zoveel mogelijk rekening houdend met de cultuur van de patiënt en zijn netwerk, voorop staat.
    • Vrijwillige ambulante behandeling is regelmatig moeilijk, zeker in de beginfase. Door de psychose heeft de patiënt vaak geen ziekte-inzicht, verwaarloost zichzelf en neemt de voorgeschreven medicatie niet in. Meer dan bij autochtonen is er ook vaak sprake van drugsverslaving.
    • Bij gedwongen opname van een migrant is het vanwege taalproblemen en culturele achtergrond extra belangrijk om stil te staan bij uitleg wat er gaat gebeuren en voorlichting te geven over de aandoening en de procedures. De huisarts of praktijkondersteuner kan hierin, ook voor familie, een belangrijke rol spelen.
    • Medicatie kan bij migrantengroepen een andere werking hebben. Hierbij speelt het in bepaalde groepen vaker voorkomen van langzaam metabolisme dan wel snel metabolisme een rol. Zie ook onderwerp Farmacotherapie: etnische en culturele verschillen. Zo hebben Antillianen (en waarschijnlijk ook anderen met wortels in West- en Zuid-Afrika) sneller last van extrapiramidale bijwerkingen en hebben Ethiopiërs vaak een hogere dosering nodig.
  • Verwijzen
    • Denk aan de mogelijkheid patiënten te verwijzen naar een psycholoog of psychiater met dezelfde taal- en culturele achtergrond. Vaak is, al of niet voorafgaand aan een verwijzing, ook telefonisch advies mogelijk. Check hierbij altijd de wens van de patiënt.
    • Veel mensen met schizofrenie en met een migrantenachtergrond worden geholpen in reguliere GGZ instellingen. Daarnaast zijn er instellingen die meer ervaring hebben met migranten en culturele elementen van een behandeling, zoals:
    • Zie ook Cultuur en Gezondheid: Aanbieders cultuursensitieve zorg
  • Simons RC, Hughes CC (Ed.). The culture-bound syndromes: Folk illnesses of psychiatric and anthropological interest (pp. 43-62). Dordrecht: D. Reidel Publishing Company.
  • DSM-5 bijlage Culturele concepten van stress
  • Suurmond J, Seeleman C, Stronks K en Essink-Bot ML (2012). Een arts van de wereld, etnische diversiteit in de praktijk. Tweede herziene druk, BSL
  • Borra R, Dijk R van, co-auteur Verboom, R (2016). Cultuur en psychodiagnostiek.2e BSL 9789036810685
  • Hoogsteder M & Veling W. Een open geest met andere ogen – Interculturele diagnostiek en behandeling van mensen met psychose.(2013). ISBN: 978-90-77782-25-5 Mikado

Psychose, schizofrenie, wanen, winti, voodoo, cultureel bepaald, transculturele psychiatrie, antipsychotica