1.  De meest relevante punten

  • Er is verschil in metabolisme van geneesmiddelen tussen etnische groepen
  • Ook binnen etnische groepen is er verschil.
  • De meeste verschillen worden verklaard door cytochroom P450.
  • Let met name op bij
    • Antipsychotica
    • Antidepressiva
    • Metoprolol en statines
    • Maagzuurremmers
    • Tamoxifen
    • Fenytoïne, carbamazepine
    • Flucloxacilline
    • Tramadol en codeïne
  • Gebrek aan kennis en culturele ziekteopvattingen kunnen leiden tot ander dan gewenst geneesmiddelgebruik: besteed ruim tijd aan uitleg over medicatie, tast de ideeën van de patiënt daarover af en vraag de patiënt na afloop te vertellen hoe hij het voorgeschreven middel gaat gebruiken.

Van de 80 geneesmiddelen waarvoor de KNMP een doseringsadvies geeft op basis van het genotype worden er 27 regelmatig voorgeschreven in de eerste lijn, zoals simvastatine, acenocoumarol, citalopram en omeprazol.

  • Voor CYP2D6 geldt dat minder dan 2% van de Aziaten en Noord-Europeanen ultrasnelle metaboliseerders zijn, terwijl dit voor 29% van de Ethiopiërs geldt. Bij geneesmiddelen die door CYP2D6 gemetaboliseerd worden, zoals antidepressiva, antipsychotica, bètablokkers en anti-aritmica, kan het nodig zijn om bij ultrasnelle metaboliseerders hoger te doseren.
  • CYP2C19 metaboliseert onder andere protonpompremmers, antidepressiva en benzodiazepines. 10-25% van de Aziaten en 2-3% van de Westerse (blanke) bevolking is een trage metaboliseerder voor dit enzym en heeft daardoor een lagere dosering nodig
  • Etniciteit is niet geschikt als kenmerk om de dosering zonder meer op aan te passen, maar kan wel een reden zijn om eerder farmacogenetisch onderzoek te overwegen vóór start van een geneesmiddel.
  • Culturele ziekteconcepten zijn van grote invloed op de bereidheid van patiënten om medicatie in te nemen. Het warm-koud ziekteconcept is het meest wijdverbreide systeem waarin men denkt in termen van ziek en gezond. Als je gezond bent, heb je een evenwicht tussen warm en koud, als je ziek bent, is dat evenwicht verstoord. Heb je een warme ziekte, dan heb je een koud geneesmiddel nodig en andersom. Westerse geneesmiddelen worden geherinterpreteerd in iemands eigen ziektebeleving. Als je een blauw geneesmiddel voorschrijft aan een cliënt die een koude ziekte heeft, en die in zijn cultuur blauw associeert met koude, dan bestaat de kans dat het geneesmiddel niet wordt ingenomen.
  • Aanwijzingen over gebruik worden vaak niet begrepen als mensen weinig Nederlands spreken of laaggeletterd zijn. Zie ook onderwerp Taalbarrière – anderstaligen op uw spreekuur. De patiënt vragen om te vertellen hoe hij het middel gaat innemen is een goede check of het begrepen is.
  • Religieuze voorschriften kunnen ook interfereren met geneesmiddelgebruik. Voorbeelden hiervan zijn de Ramadan (zie onderwerp Ramadan), voorschriften voor Halal bereiding (zie onderwerp Islam en gezondheid) of voor vegetarische bereiding (zie Hindoestanen en gezondheid).
  • Anamnese
    • Vraag bij het voorschrijven of ongebruikelijke bijwerkingen naar ervaringen met eerder of elders voorgeschreven medicijnen.
    • Vraag naar reacties of gelijksoortige medicijnen bij familieleden
    • Bij twijfel is ‘start low, go slow’ een goede strategie om ongewenste vroege bijwerkingen en therapieontrouw te voorkomen.
  • Aanvullend onderzoek
    • Bij het niet aanslaan van therapie of een onverwachte ernstige bijwerking, kan de huisarts een farmacogenetisch onderzoek aanvragen (CYP450-polymorfisme). Gebruik hiervoor de beslisboom farmacogenetisch onderzoek in het NHG-Standpunt Farmacogenetisch onderzoek in de huisartsenpraktijk,
    • Voor de farmacogenen waarop wordt getest worden de gevonden genotypes vertaald in fenotypes (bijv. trage (poor), intermediate, normal/extensive, of ultra-rapid metabolizer). In de genteksten op de KNMP website kunt u nazoeken met welk van de genoemde contra-indicaties dit correspondeert (let op, voor elk enzym is een aparte tekst).
      Leg het farmacogenetisch kenmerk als contra-indicatie in het patiëntendossier in het HIS vast.
  • NHG-Standpunt Farmacogenetisch onderzoek in de huisartsenpraktijk, 2018
  • Houwink EJF, Rigter T, Swen JJ, Cornel MC, Kienhuis A, Rodenburg W en Weda M. Farmacogenetica in de eerstelijnszorg. Ned Tijdschr Geneeskd 2015;159A9204. 2015;48.

Metaboliseerder, antidepressiva, antipsychotica, cytochroom, farmacokinetiek, medicatie, therapietrouw, medicijn, medicijngebruik, genetica, genetisch

zp8497586rq