Dit is een aanvulling op de NHG-standaarden S. Huid en subcutis

1.  De meest relevante punten

  • Huidziekten presenteren zich anders in de lichte dan in de donkere huid.
  • Erytheem is doorgaans niet zichtbaar. Om toch tekenen van inflammatie te kunnen vaststellen is palpatie van de huid erg belangrijk: warmte, zwelling en palpabele huidafwijkingen.
  • Bij de donkere huid kan makkelijk een pigmentverschuiving ontstaan, waardoor er donkere (hyperpigmentatie) of lichtere (hypopigmentatie) huidverkleuring kan ontstaan. Hypopigmentatie of hyperpigmentatie ontstaat vaak na een ontsteking, irritatie en/of na krabben (post-inflammatoire hypo-/hyperpigmentatie).
  • Bij chronisch krabben ontstaat in de donkere huid lichenificatie (vergroving van de huid).
  • Vesiculae blijven in de donkere, huid lang intact en worden vaak als papels waargenomen.
  • Keloïdvorming treedt veel vaker op bij een donkere huid.
  • Huidkanker komt ook voor bij de donkere huid. Het wordt vaak later gediagnosticeerd door verminderde waakzaamheid van de patiënt en van de arts.
  • Cryotherapie bij de donkere huid leidt vaak tot hypo- of depigmentatie.
  • Wees voorzichtig met irriterende middelen, zoals lokale retinoïden en benzoylperoxide. Start met applicatie om de dag of in lage sterkte.
  • Er bestaan zes huidtypen, die je kan onderverdelen in een Kaukasische (huidtype 1-3), Mediterrane (huidtype 4), Aziatische (huidtype 5) en negroïde huid (huidtype 6). Heel veel mensen hebben een mengvorm van verschillende typen. De hoeveelheid melanine (bestaande uit zwarte, bruine, rode en gele pigment) in de huid bepaalt de huidskleur.
  • Het voorkomen, de distributie en lokalisatie van huidaandoeningen is ongeveer hetzelfde bij alle huidtypen. Maar door de andere samenstelling van de huid, en vooral de donkere huid, presenteren de huidziekten zich anders dan bij de lichte huid.
  • De donkere huid is het minst doorlaatbaar (verminderde absorptie van stoffen) en heeft een hoge verdamping via de huid, waardoor de huid snel droog aanvoelt en schilfert.
  • De cohesie tussen de opperhuidcellen onderling, met name in de hoornlaag, is in de donkere huid groter dan in de lichte huid. Daarom krabben mensen met een lichte huid een jeukende huidziekte vaak open, terwijl bij mensen met een donkere huid eerder lichenificatie op treedt.
  • Vesiculae gaan bij mensen met lichte huid gemakkelijker stuk, terwijl ze in de donkere huid lang intact kunnen blijven. Omdat de inhoud van een blaasje in de donkere huid niet goed te zien is, worden vesiculae vaak als papels waargenomen.
  • Keloïdvorming treedt tot zestienmaal vaker op bij patiënten met een donkere huid.
  • Bij een huidziekte in de donkere huid vallen vooral de veranderingen in pigmentatie op: Hypopigmentatie, depigmentatie en hyperpigmentatie. Hypopigmentatie ontstaat vaak na een ontsteking. Hyperpigmentatie ontstaat ook vaak na een ontsteking en verder na openkrabben van de huid (eczeem, psoriasis) bij lichenificatie.

    Keloid litteken na herpes zoster infectie

    Mensen met een donkere huid hebben na acne een groter risico op post-inflammatoire hyperpigmentatie en keloïdvorming.

  • Huidkanker komt ook voor bij de donkere huid. Het hoge melatonine gehalte bij de donkere huid biedt bescherming tegen schadelijke invloeden van UV-licht, maar dit is niet 100%. Plaveiselcelcarcinomen en melanomen komen in de donkere huid meestal voor op minder of niet aan zonlicht blootgestelde delen. Huidkanker bij de donkere huid wordt vaak laat gediagnosticeerd door verminderde waakzaamheid van de patiënt en van de arts.
  • Plaveiselcelcarcinoom is de meest voorkomende vorm van huidkanker bij patiënten met een negroïde huid. Meestal is de huidkanker niet gelokaliseerd op de zon blootgestelde gebieden. Wees bedacht op plaveiselcelcarcinoom bij chronische, niet genezende wonden.
  • Basaalcelcarcinoom komt minder vaak voor bij de donkere huid en vaker (meer dan 50%) zie je een gepigmenteerd basaalcelcarcinoom.
  • Melanoom komt het minst voor bij de donkere huid en is in dat geval meestal gelokaliseerd op niet aan de zon blootgestelde lichaamsdelen. Bekijk bij lichamelijk onderzoek ook de nagels, handen, voeten en slijmvliezen.
  • ‘Pommade-acne’ is een vorm van acne die met name optreedt bij mensen met een negroïde huid, als gevolg van comedogene haarmiddelen die gebruikt worden om het haar glad te maken: in de haargrens ziet men multipele gesloten comedonen.

Pommade acne

Specifieke huidaandoeningen die anders zijn of meer voorkomen bij (migranten met) een gepigmenteerde huid 

a.    Infectieuze huidziekten

  • Gelokaliseerd: insectenbeten, myiasis, tungiasis, larva migrans, larva currens.
  • Gegeneraliseerd: parasieten, wormen.
  • Zie ook ziektebeelden A1: tropische infectieziekten.

b.    Post-inflammatoire hyper-/hypopigmentatie

Pigmentvlekken

Hypopigmentatie na behandeling wrat met vloeibaar stikstof

Achtergrondinformatie
Deze onschuldige pigmentverschuiving komt vaker voor bij de donkere huid als reactie op een ontsteking (dermatitis beeld, bv eczeem, acne, psoriasis of lepra), irritatie en/of na krabben.

Kliniek
Donkere (hyperpigmentatie) of lichtere (hypopigmentatie) maculae.

Handelen huisarts

  • Uitleg, geruststelling en advies goede zonprotectie. Oppervlakkige pigmentaties zullen na verloop van maanden wegtrekken. Diepere pigmentaties kunnen met behulp van blekende cremes, peelings dan wel laserbehandeling behandeld worden. Ook hierbij geldt dat behandeling van een gepigmenteerde huid kan leiden tot toename hyper- dan wel hypopigmentaties.
  • Behandeling van onderliggende huidaandoening om verder pigmentatieverschil te stoppen.

c.   Pityriasis alba

PigmentvlekkenAchtergrondinformatie

  • Te beschouwen als een lichte vorm van eczeem (post inflammatoire hypopigmentatie). Gaat vanzelf weer over na maanden tot jaren.
  • Houdt in de dd lepra als patiënten uit lepra endemisch gebied komen.

Kliniek
Vlekkerig onscherp begrensde hypopigmentatie met fijne schilfering, vaak in het gelaat of romp.

Handelen huisarts

  • Vethouden van de huid met emolliens. Bij jeuk of milde eczeem, overweeg Hydrocortison 1% crème of zalf.
  • Zonneprotectie kan verder pigmentverschil voorkomen.

d.   Vitiligo

Achtergrondinformatie

  • Kan erfelijk voorkomen. De oorzaak is nog onbekend. Een van de hypotheses is dat het een auto-immuunreactie is, waarbij de pigmentcellen worden aangevallen,
  • Kan overal op het lichaam voorkomen, vaak op de handen, voeten, in het gelaat of in de genitale regio (nb niet te verwarren met lichen sclerosus) en lichaamsplooien.
  • Er lijken geen verschillen in etnische in de prevalentie van vitiligo. Maar mensen met een donkere huid zoeken wel eerder medische hulp. Waarschijnlijk omdat depigmentaties duidelijker zichtbaar zijn en daardoor meer cosmetische problemen geven.

Kliniek
Scherp begrensde gedepigmenteerde maculae, vaak symmetrisch, verschillend van grootte en vorm, confluerend tot grotere velden. De haren in de aangedane plekken kunnen wit/ grijs zijn.

Handelen huisarts
Lokale corticosteroïden, advies zonprotectie vanwege het ontbreken van melanocyten, en zo nodig psychologische begeleiding. Bij uitgebreide beelden kan lichttherapie (UVB) overwogen worden.

Waar moet je op letten bij de behandeling van de donkere huid.

     Lichamelijk onderzoek

  • Palpeer huidaandoeningen om tekenen van inflammatie (roodheid en zwelling) op te sporen en besteedt ook aandacht aan begeleidende symptomen als jeuk.
  • Wees bedacht op huidkanker bij lang bestaande, niet genezende huidafwijkingen, ook op niet aan zon blootgestelde gebieden zoals onder de voetzolen en nagels en romp.

     Behandeling

  • Wees (nog) terughoudender met het gebruik van corticosteroïden bij mensen met een Aziatische huid, in verband met de hogere absorptie.
  • Wees voorzichtig met het toepassen van cryotherapie bij patiënten met een donkere huid: er ontstaat vaak hypo- of depigmentatie.
  • Gebruik geen vaseline en paraffine bij droge huid (sluit huid nog meer af). Beter is het om te smeren met een middel met een emulgator erin, zoals cetomacrogolcreme.
  • Bij de donkere huid kan het lastig zijn te differentiëren tussen een dermatomycose en eczeem. Kies in dat geval als eerste een antimycoticum. Indien gestart wordt met een corticosteroïd bij een dermatomycose kan deze toenemen in ernst, wat zelfs tot littekenvorming kan leiden.
  • Mensen met een donkere huid hebben na acne een groter risico op post-inflammatoire hyperpigmentatie en keloïdvorming. Omdat irritatie van de huid de kans op post-inflammatoire hyperpigmentatie kan vergroten, dient men bij patiënten met een donkere huid in het begin voorzichtig te zijn met irriterende middelen, zoals lokale retinoïden en benzoylperoxide. Start met applicatie om de dag of in lage sterkte. Wees niet terughoudend met de inzet van orale behandeling bij intolerantie voor, of bijwerkingen van lokale therapie.
  • In de zomer dient ,ondanks de donkere huid, een goede zonnebrandcrème (minimaal factor 15) gebruikt te worden.
  • Hamerlinck F, Swinkels O, Steenkamer Th, Boersma I. Etnische dermatologie (2016).Haarlem: DCHG
  • drhamerlinck.info/pdf/varianten.pdf – Afbeeldingen, ook van normale varianten van de donkere huid, zoals linea alba, mongoolvlek, Voights-lijnen, pigmentatie van de nagels, mond- en tongslijmvlies, pearly penile papules
  • Colette van Hees & Ben Naafs. Common Skin Diseases in Africa – an illustrated guide, 3rd revised edition, Total Graphics BV, Os. ISBN: 978-90-808016-0-8
  • www.huidziekten.nl/zakboek/dermatosen/htxt/Huidtypen
  • Maria van den Muijsenbergh en Eldine Oosterberg (2016). Zorg voor laaggeletterden, migranten en sociaal kwetsbaren in de huisartsenpraktijk. Etnische verschillen in huidziekten
  • Colette van Hees & Ben Naafs. Common Skin Diseases in Africa – an illustrated guide, 3rd revised edition, Total Graphics BV: Os. ISBN: 978-90-808016-0-8
  • Naafs B. Principles of Medicine in Africa. The Skin. P 1264-1300 Cambridge University press 2004
  • Faber W, Hoop D de. Huid-gerelateerde symptomen in de tropen 2006). Leidraad International Health. Bohn Stafleu van Loghum
  • Etnische dermatologie voor de eerste lijn. D F.F.V. Hamerlinck en drs. Th. A. Steenkamer. ISBN: 978-90-811646-9-6
  • Lerner A. Vitiligo. J Invest Dermatol 1959; 32: 285-310

Huid, dermatologie, donkere huid, gepigmenteerde huid