Home / A 2 Kanker en palliatieve zorg / Rituelen rond sterven en rouw
  • rituelen

Rituelen rond sterven en rouw

  • Wees bedacht op verschillen binnen religies en etnische groepen.
    Binnen de grote wereldgodsdiensten zijn er tal van verschillen. Trek niet te snel conclusies op grond van eigen (voor)oordelen (‘Deze man is een Turk, dus hij is een moslim’). Er zijn grote verschillen tussen Turkse soennitische moslims en Alevitische moslims. Al is die laatste groep ook moslim, zij zouden weinig gebaat zijn bij een bezoek van een soennitische imam aan een sterfbed.
  • Spreek behoedzaam over de dood.
    Veel migranten hebben moeite met de typisch Nederlandse directe wijze van communicatie over gevoelige onderwerpen zoals de naderende dood. Zo spreken Chinezen zelden openlijk over de dood. De uitdrukking ‘een lange reis maken’ kan dan helpen om toch in gesprek te komen met de patiënt en de familie.
    Neem de tijd om te luisteren, zodat je een beeld krijgt van hun opvattingen. Dat spaart later tijd, omdat je dan begrijpt waar weerstanden, angsten en onzekerheden vandaan komen.
  • Realiseer je dat migranten andere opvattingen kunnen hebben over leven en dood, dan wij gewend zijn. Veel gelovigen (Moslims en christenen) beschouwen leven en dood als door God of Allah gegeven. Over het algemeen wijzen zij levensverkortend ingrijpen af en zijn zij van mening dat artsen niet kunnen voorspellen of de dood nabij is.
  • Bij migranten is een sterfgeval meestal geen individuele aangelegenheid. De hele gemeenschap is hierbij betrokken. Dat betekent dat er veel bezoek komt en dat veel mensen zich opwerpen als spreekbuis van de familie.
    Maak samen met de patiënt een afspraak wie van de familie zal optreden als aanspreekpunt voor de verpleging/verzorging (en houd je daar aan!).
    Let op de belastbaarheid van de mantelzorg bij het vele bezoek en stel zo nodig een regeling voor.
  • Vraag naar de rituelen.
    Elke cultuur en religie kent eigen rituelen rond het sterven en de dood, die door ieder binnen de cultuur op eigen individuele manier worden beleefd. Daarbij is het van belang om te weten wat je wel moet doen en wat je zeker niet moet doen. Vraag dat aan de patiënt en vraag dat aan de familie. Vaak is er in de familie een persoon die als vertegenwoordiger optreedt.
  • Geef mensen de ruimte voor het uitvoeren van hun rituelen, zowel voor als na de dood.
    De rituelen zijn essentieel voor de zielenrust van de overledene. Als nabestaanden niet de kans krijgen deze rituelen naar eigen traditie uit te voeren, kan dat later ernstige complicaties in het rouwproces veroorzaken. Wacht met wassen en afleggen van een overledene tot de wensen van de familie duidelijk zijn. De overledene mag wel worden afgedekt met een laken. Tref voorbereidingen voor grote aantallen bezoekers.
  • De familie voert de regie; hierover moeten heldere afspraken worden gemaakt met de uitvaartonderneming.
  • Wees bewust van individuele verschillen en van verschillen tussen generaties.
    Jongeren passen zich sneller aan een nieuwe samenleving aan dan de ouderen. Dat kan problemen geven bij een sterfgeval en de daarbij horende rituelen. Zo kan het bijvoorbeeld zijn dat kinderen niet meer, volgens traditie, zeven dagen in huis willen rouwen of niet kaalgeschoren willen worden. Schaamte en onbegrip van de omgevende cultuur kunnen daarbij een rol spelen. Terwijl voor anderen een sterfgeval juist de belangstelling voor de oorspronkelijke cultuur weer oproept.
  • Samen rouwen met verschillende culturen vraagt van iedereen aanpassing.
    Vaak wordt het op prijs gesteld dat klasgenoten van overleden kinderen komen condoleren, immers in veel culturen geldt: ‘Hoe meer zielen, hoe lichter het verdriet’. In sommige culturen zitten mannen en vrouwen dan gescheiden van elkaar, het kan gewenst zijn dat ook het bezoek zich daarnaar voegt. Overigens past de familie zich ook vaak aan aan het bezoek.
    Algemene informatie over rouw en cultuur: Nederlands Uitvaart Museum ‘Tot Zover’ http://www.totzover.nl/
2. Aandachtspunten bij verschillende godsdiensten  
  • Een goede voorbereiding op de dood is van belang voor het bestaan na de dood.
  • Men stelt het op prijs als een boeddhistische monnik (bij een vrouw vaak een non) of een andere geestelijke begeleider de stervende in de laatste fase kan bijstaan.
  • Tijdens de laatste fase worden heilige teksten (soetra’s of het Tibetaanse dodenboek) gelezen, gebeden uitgesproken, meditaties gedaan en gesprekken gevoerd over o.a. het opgebouwde goede karma.
  • Vaak wordt er bij de stervende een boeddhabeeld of een foto van een leraar neergezet.
  • Het is niet gewenst de stervende aan te raken, omdat dit het proces van overgang kan verstoren.
    • De stervende zal op gezette tijden willen mediteren, vaak gepaard met het branden van wierook en gezang. Het is belangrijk hierover afspraken te maken, zodat de zorg de meditatie niet verstoort.
  • Veel boeddhisten weigeren tijdens de stervensfase pijnstillers, omdat ze het van belang vinden bij bewustzijn te blijven.
  • Levensbeëindigend handelen is niet toegestaan vanwege negatieve effecten op een volgend leven. Het leven kunstmatig in stand houden is niet noodzakelijk.
  • Verdriet, angst en andere emoties rondom de dood worden liever achterwege gelaten, omdat dit blijken zijn van verkeerde gehechtheid.
  • Binnen sommige richtingen legt men de stervende in de allerlaatste fase op de rechterzij, omdat ook Boeddha zo is gestorven.
  • Indien de dood is ingetreden gaat men er vanuit dat het enige tijd (een paar uur tot soms wel enkele dagen) duurt voordat het bewustzijn het lichaam geheel heeft verlaten. Al die tijd dient het lichaam met rust te worden laten.
  • Het lichaam wordt vaak volgens bepaalde rituelen gewassen en gekleed, soms door de familie, maar in Nederland ook wel door mensen van de uitvaartonderneming.
  • De handen van de overledene worden vaak in meditatiehouding (open en naar boven gedraaid) gevouwen.
  • Het lichaam wordt meestal gekist en opgebaard.
  • Belangrijker dan de verzorging van het lichaam is doorgaans de begeleiding van het bewustzijn van de overledene. Door bepaalde teksten en gebeden uit te spreken of door bepaalde offerandes (vaak wierook of etenswaren) neer te zetten, kan men de geest van de overledene bijstaan tijdens diens reis.
  • Er zijn geen religieuze voorschriften aangaande orgaandonatie.
  • Men kan zowel begraven als gecremeerd worden.
  • Men raadpleegt vaak een deskundige voor de juiste tijd van begrafenis of crematie.

Adressen voor meer informatie

  • Boeddhistische Unie Nederland
    De meeste boeddhistische organisaties in ons land zijn aangesloten bij de Boeddhistische Unie Nederland (BUN). Hier kan men terecht voor advies en doorverwijzing, ook op het gebied van stervensbegeleiding.     Postbus 17286, 1001 JG Amsterdam. www.boeddhisme.nl
  • Boeddhistisch studie- en meditatiecentrum Karma Deleg Cö Phe Ling
    Hier kan men een beroep doen op een boeddhistische lama voor advies en bijstand bij een overlijden.
    Stoepawei 4, 9147 BG Hantum. T: 0519-297714, www.karmakagyu.nl
  • De orthodoxe christen heeft de plicht om te leven want hiertoe is hij/zij op aarde gekomen.
  • Men stelt vertrouwen in de goede wil van God, want het aardse leven is in feite een voorbereiding op het eeuwige leven.
  • Lijden is niet alleen een gevolg van de persoonlijke zonde maar ook van de menselijke natuur, die aangetast en beperkt is. Dit lijden wordt daarom ondergaan met geduld en hoop.
  • Bij orthodoxe christenen is begraven het meest gebruikelijk, maar cremeren is ook mogelijk. Het lichaam blijft ook na de dood met diezelfde persoon verbonden en wordt daarom met eerbied, tederheid en zorg behandeld. Bij het zogenaamde ‘laatste oordeel’ zal het lichaam weer tot leven worden gewekt.
  • Voor het moment van sterven gelden geen bepaalde voorschriften. Het is belangrijk dat er contact wordt gezocht met een orthodoxe priester, die bij voorkeur aanwezig is bij het sterven. In Nederland zal dit, gezien hun geringe aantal, in verreweg de meeste situaties niet haalbaar zijn. Een Rooms-Katholieke priester is dan een mogelijke vervanger. Tijdens de stervensfase wordt door een priester het ‘sacrament der zieken’ (ook wel genoemd ‘ziekenzalving’ of ‘heilig oliesel’) toegediend. Hierbij worden de vijf zintuigen van de zieke (ogen, oren, neus, mond, handpalmen en voetzolen) gezalfd met een door de bisschop gewijde olie. De ziel krijgt hierdoor bovennatuurlijke bijstand voor het verwerven van haar heil, de zonden worden vergeven en de zieke bereidt zich voor op een ontmoeting met God. Ook de biecht, de zegen en het uitdelen van de communie zijn onderdeel van het sacrament der zieken, evenals het branden van een kaars (als teken van de opstanding van Jezus) en het aanwezig zijn van een kruisbeeld (als teken van de verbondenheid met Jezus). Dit moment is voor de nabestaanden ook een gelegenheid om zich voor te bereiden op het komende verlies.
  • De overledene wordt door ‘eigen’ mensen of door beroepsmensen gewassen en vervolgens gekleed in de gewone, eigen kleding. Over het voorhoofd wordt een band gebonden met daarop een gebed, op de borst wordt een klein evangelie gelegd en in de gevouwen handen een kruis. Men wordt in een eenvoudige houten kist gelegd.
  • De opbaring vindt bij voorkeur thuis plaats en indien dit niet mogelijk is in een uitvaartcentrum. Bij het hoofdeinde brandt een kaars. Het kunnen waken bij de overledene is zeer gewenst. Aan het doodsbed spreekt de priester een voorgeschreven gebed uit waarbij hij wierook gebruikt. De overige aanwezigen dragen brandende kaarsen. Voorts worden er psalmen en gebeden gelezen. Het is heel belangrijk dat de kist open blijft tot het moment van begrafenis of crematie.
  • Vóór de kerkdienst wordt de kist (meestal zonder deksel) met de overledene op enige afstand van het altaar geplaatst met het gezicht richting altaar. Tijdens de uitvaartdienst vormt de laatste kus een belangrijk moment. Het koor of de priester heft een bepaald gezang aan en daarna wordt men uitgenodigd tot een laatste afscheidslied. Hierbij loopt men langs de kist en geeft aan de overledene een kus, kruisteken of aanraking. Daarna wordt de kist gesloten.
  • Aangekomen op de begraafplaats dragen de nabestaanden of speciale dragers de kist naar het graf. Bij het graf worden gebeden uitgesproken of wordt een korte tekst uit de ‘Eredienst’ voorgedragen. De priester en de aanwezigen werpen een schepje aarde op de kist. Op het graf staat een speciaal kruis.
  • Na de begrafenis komt men meestal bij elkaar om te eten en te praten, maar dit is afhankelijk van de beschikbare financiële middelen.
  • Het graf wordt door de familie bezocht, schoongemaakt en versierd met bloemen.
  • De 3e, 9e en 40e dag na de uitvaart zijn bijzondere dagen waarop men naar de kerk gaat voor een speciale dienst ter ere van de overledene. De dienst op de 40e dag heeft een afsluitend karakter. Deze 40 dagen zijn nodig om de ziel los te maken van de aarde.

Adressen voor meer informatie

  • Het kan als troostend worden ervaren wanneer er tijdens de stervensfase over Gods liefde en barmhartigheid wordt gesproken, samen wordt gebeden, aan vieringen kan worden deelgenomen of de communie kan worden gebracht.
  • Tijdens de stervensfase moet indien gewenst een priester worden geroepen om het ‘sacrament der zieken’ toe te dienen. Hierbij wordt een kaars gebrand en is een kruisbeeld aanwezig.
  • De nabestaanden bepalen hoe het wassen, kleden, soort kist en waken vorm worden gegeven. De handen, die een kruis of rozenkrans vasthouden, worden gevouwen.
  • Euthanasie wordt door de katholieke kerk afgewezen.
  • Men staat niet afwijzend t.o.v. orgaandonatie.
  • Begraven is het meest gebruikelijk maar cremeren is ook mogelijk.

Adressen voor meer informatie

  • Tijdens de stervensfase wordt er uit de bijbel gelezen, gebeden en de zegen uitgesproken, maar dit hoeft niet noodzakelijkerwijs te gebeuren door een predikant.
  • Familieleden en vrienden vervullen een belangrijke rol bij de ondersteuning rond het stervensproces.
  • De stervende viert soms samen met leden van de geloofsgemeenschap het ‘avondmaal’, een ritueel waaraan men kracht kan ontlenen.
  • Voor het afleggen, wassen, kleden, opbaren, de kist en het graf gelden geen speciale voorschriften. De nabestaanden bepalen hoe en door wie een en ander zal worden uitgevoerd en ingericht. Wel wordt de gestorvene vaak opgebaard in de ‘zondagse kleding’.
  • Euthanasie is bespreekbaar binnen de protestantse kerk.
  • Men staat niet afwijzend t.o.v. orgaandonatie.

Adressen voor meer informatie

  • Samen Kerk in Nederland (SKIN)
    SKIN is gelieerd aan de Protestantse Kerk in Nederland en vormt een platform van zo’n 50 christelijke migrantenkerken, waaronder vele Afrikaanse. Via de website www.skinkerken.nl zijn ook adressen te vinden.
    Koningin Wilhelminalaan 3, 3818 HN Amersfoort. T: 033-4450655, E: info@skinkerken.nl  www.skinkerken.nl
  • Protestants Christelijke Ouderenbond (Bondsbureau PCOB)
    De PCOB behartigt de belangen van ouderen vanuit een protestants-christelijke grondslag. De PCOB verstrekt informatie over rouwverwerking en verliesverwerking en bezint zich op vraagstukken rondom euthanasie en levensbeëindiging.
    Postbus 1238, 8001 BE Zwolle. T: 038-4225588, E: info@pcob.nl
  • Tijdens de stervensfase kan iemand van de kerkgemeenschap worden geroepen om onder handoplegging voor de zieke te bidden en deze te zalven. De zalving is uitdrukkelijk bedoeld ten behoeve van herstel.
  • In de stervensfase spelen onderlinge menselijke relaties een grote rol.
  • Het feit dat men lang blijft geloven in een genezing door God kan stervensbegeleiding, zoals de meeste Nederlandse artsen die gewend zijn, belemmeren. Het is belangrijk om de patiënt en diens familie te steunen door in gesprek te blijven over hun beleving van de fase waarin de patiënt verkeert.
  • Begraven is het meest gebruikelijk, omdat dit meer aansluit bij het geloof in herrijzenis na de dood.

Adressen voor meer informatie

  • Men gelooft dat het reciteren van mantra’s en het doen van het offerandes ziekte kan bestrijden.
  • Men wil de overgang van leven naar dood graag zo bewust mogelijk meemaken en zal om die reden vaak medicijnen weigeren die het bewustzijn verlagen.
  • Het is van belang dat het sterven pijnloos gebeurt met een zo min mogelijk geschonden lichaam.
  • Elke hindoe-familie heeft een speciale band met een pandit die tijdens de stervensfase direct gewaarschuwd dient te worden, om samen met de familie een speciaal afscheidsritueel uit te voeren.
  • Tijdens het afscheidsritueel bindt men bij de Sanataan-stroming een koord om pols of hals, hetgeen niet meer mag worden verwijderd, en is het gebruikelijk om bij het bed een offervuurtje te branden.
  • Tijdens de laatste fase legt men de stervende met het gezicht naar het oosten, zet men een lamp bij het hoofd en waakt men bij hem/ haar onder lofgezang, bidden en voorlezen uit de heilige boeken.
  • Het verdient aanbeveling om hindoes in de stervensfase een aparte kamer te geven waar meditatie, rituelen en waken in alle rust kunnen plaatsvinden.
  • Een plotselinge en onvoorbereide dood wordt als negatief ervaren.
  • Als de dood daadwerkelijk is ingetreden moet ermee rekening worden gehouden dat de nabestaanden openlijk intens verdriet tonen.
  • Meestal wordt de overledene direct naar een uitvaartcentrum overgebracht. Daar verzorgen zusters en tantes een overleden vrouw en broers en ooms een overleden man.
  • In het uitvaartcentrum bidt de pandit met de andere nabestaanden en vrienden (in een andere ruimte dan waar de gestorvene ligt) voor de zielerust van de overledene.
  • Er worden vuuroffers gebracht waartoe zo mogelijk faciliteiten moeten zijn.
  • De gestorvene wordt opgebaard in een open kist met aan het hoofdeinde een boterlampje. Belangrijk is dat de opbaarruimte dag en nacht toegankelijkheid blijft.
  • Voorafgaand aan de crematie vindt bij de Sanataan-stroming eerst nog een plechtigheid in het rouwcentrum plaats. Op de vloer wordt een offerplaats ingericht bestaande uit een langwerpige strook zand of aarde.
  • In het crematorium worden bij de Sanataan-stroming allerlei rituelen met vuur, wierook en kruiden uitgevoerd waartoe zo mogelijk tijd en faciliteiten aanwezig moeten zijn. Ook kunnen er zeer veel mensen komen waarvoor zo mogelijk ruimte moet zijn.
  • Bij een crematie laat de oudste zoon met een druk op de knop de kist zakken.
  • Volgens de ‘wet op de lijkbezorging’ moet de as tot na een maand worden bewaard in het crematorium maar hindoes vragen hiervoor vaak ontheffing aan, om zo de as eerder mee te kunnen nemen ter verstrooiing.
  • Er zijn geen religieuze voorschriften aangaande autopsie.
  • Orgaandonatie wordt over het algemeen afgewezen.
  • De meeste hindoes worden gecremeerd, bij voorkeur zonder kist, omdat dit de snelste en zuiverste manier is om de terugkeer van het lichaam naar de bron te laten plaatsvinden. 

Adressen voor meer informatie

  • Federatie Hindoe Verat Sabha Nederland Landelijke organisatie met name gericht op sociale, culturele en religieuze activiteiten voor hindoes. Doel is het bevorderen van de samenwerking tussen diverse culturen. p/a Ketelmeer 20, 3068 KG Rotterdam. T: 010-4200592. 
  • Stichting Lalla Rookh Landelijk opererende vrijwilligersorganisatie met als doel de belangenbehartiging van de hindoestaanse gemeenschap. Voor verliesverwerking en rouwbegeleiding kan zij verwijzen naar de juiste hindoepriesters. Maliebaan 13, 3581 CB Utrecht. T: 030-23160114. 
  • Crematoria Twente Hier bevindt zich het eerste hindoe-strooiveld van Nederland. IJsselerrietweg 40, 7546 PE Enschede. T: 053-4281725, www.crematoriatwente.nl/nl/asbestemming/verstrooiing.
  • Indien iemand op sterven ligt is het van belang om te bedenken of de familie gewaarschuwd dient te worden voordat de sjabbat begint. Deze duurt van vrijdagavond zonsondergang tot zaterdag zonsondergang en door veel joden wordt er dan niet getelefoneerd, niet gereisd en zo min mogelijk gebruik gemaakt van elektriciteit.
  • Soms durven joden niet te vragen om bijstand door een joodse geestelijke (rabbijn) omdat men bang is zich bekend te maken als jood.
  • Meestal zal de familie in de stervensfase zelf een rabbijn inschakelen.
  • Indien iemand op sterven ligt is het voor andere joden een heilige plicht deze te bezoeken, te steunen en te behoeden voor eenzaamheid.
  • Iemands laatste levensfase moet zo ongestoord mogelijk verlopen waarbij het voor de bezoekers en verzorgers belangrijk is om respect te tonen, onnodige medische handelingen en aanrakingen te vermijden en overmatige emoties te bedwingen. Dit om het stervensproces niet nog zwaarder te maken.
  • Om de dood af te wenden kan het soms gebeuren dat de naam van de stervende wordt veranderd om zo de doodsengel te misleiden.
  • Wanneer het einde daadwerkelijk in zicht komt heeft de familie tot taak ervoor te zorgen dat de zonden worden beleden, de geloofsbelijdenis wordt uitgesproken en er wordt teruggekeken op het leven ter voorbereiding op de visioenen die men volgens de traditie krijgt tijdens het stervensproces.
  • Het kan de stervende tot steun zijn hem/ haar aan te moedigen alleen of samen met familieleden terug te kijken op diens leven.
  • Soms kunnen er ernstige trauma’s naar voren komen tijdens het stervensproces, waarbij advies van de gemeenschap is gewenst.
  • Meditatie vormt een onderdeel van het stervensproces en helpt de ziel afstand te doen van het stoffelijk lichaam en het bewustzijn bij het sterven te verhogen.
  • Omdat men zoveel mogelijk bij bewustzijn wil zijn tijdens het stervensproces, mogen pijnstillers niet tot versuffing leiden.
  • Volgens de joodse traditie is ook een stervende in alle opzichten een levende, met alle rechten en plichten, ook in het uur van zijn dood. Daarom is het niet toegestaan om de begrafenis reeds voor het sterven te regelen.
  • Indien de dood is ingetreden worden ogen en mond gesloten en armen en benen recht gelegd. Alles wat niet lichaamseigen is zoals katheters, sondes, drains, sieraden e.d. wordt verwijderd.
  • Het lichaam en aangezicht worden met een wit laken bedekt en mogen vanaf dit moment niet meer worden ontbloot, ook niet tijdens de wassing, het kleden en het kisten. Dit omdat het niet respectvol is een gestorvene in al zijn/ haar kwetsbaarheid in het gezicht te kijken.
  • Tot aan de begrafenis wordt dag en nacht door de nabestaanden bij de dode gewaakt en blijft er een lichtje (een kaars of lampje) branden. Vanwege brandgevaar kan hiervoor een elektrisch lichtje of kleinere kaars worden gebruikt.
  • Men komt niet ‘kijken’ naar de gestorvene.
  • Iedere joodse gemeente kent een vrijwillig begrafeniscollege, mannen voor de mannen en vrouwen voor de vrouwen, dat zorgdraagt voor de rituelen en begrafenis. Het college wast en kleedt de dode volgens speciale voorschriften in het rouwcentrum of een ruimte op de joodse begraafplaats.
  • Vanwege het geloof in een leven na de dood moet het lichaam van een gestorvene zo ongeschonden en compleet mogelijk worden begraven.
  • De gestorvene wordt begraven met het hoofd richting Jeruzalem.
  • De leden van de joodse gemeenschap die in de gelegenheid zijn, hebben de plicht de overledene te begeleiden naar het graf, ook wanneer men deze niet heeft gekend. Dit kan veel drukte veroorzaken op de begraafplaats.
  • Bij een bezoek aan het graf laat men een steentje achter uit respect voor de dode en ten teken dat men is geweest.
  • Ziekte en dood zijn onderdeel van het leven en het kunstmatig verkorten of verlengen ervan is niet toegestaan.
  • In overleg met een rabbijn is orgaandonatie of autopsie soms wel mogelijk maar dit laatste alleen als de organen worden teruggeplaatst.
  • Vanwege het geloof in een leven na de dood is cremeren niet toegestaan en eeuwige grafrust van grote waarde.
  • Vanwege het belang van eeuwige grafrust hebben joden hun eigen begraafplaatsen of een apart deel op andere begraafplaatsen. 

Adressen voor meer informatie

  • Sinai-kliniek – Psychiatrisch ziekenhuis van het Sinai Centrum Voor hulp bij geestelijke problematiek en oorlogstrauma’s. Laan 1914 no. 23, 3800 AB Amersfoort. T: 033-4640640, www.sinaicentrum.nl. 
  • Jad Achat Winkel met joodse artikelen. Deze zijn ook te bestellen via de website van het Nederlands Israëlische Kerkgenootschap v.d. Boechorstraat 26, 1081 BT Amsterdam. T: 020-3018494, E: jad-achat@nik.nl, www.nik.nl.
  • Vereniging Het Joodse Begrafeniswezen Deze vereniging is een soort verzekeringsmaatschappij voor joodse begrafenissen in heel Nederland. Ter Kleef 6, 1081 AM Amsterdam. T: 020-6462545 / 6462414, www.joodsbegrafeniswezen.nl, E: jbw@xs4all.nl. 
  • Nederlands-Isrealitische Hoofdsynagoge/Joodse Gemeente Amsterdam Van der Boechorststraat 26, 1081 BT Amsterdam. T: 020-6460046, E: info@nihs.nl, www.nihs.nl. 
  • Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) Het NIK is de overkoepelende organisatie van joodse Gemeenten in Nederland. Het is onder meer actief op de terreinen van religie, Joodse cultuur, educatie, geestelijke verzorging, begraafplaatsen, jeugd- en jongerenwerk, publicatie van joodse boeken, radio- en tv-uitzendingen jeugd- en jongerenwerk, publicatie van joodse boeken, radio- en tv-uitzendingen (NIK Media-Joodse Omroep), representatie en belangenbehartiging. Postbus 7967, 1008 AD Amsterdam. T: 020-3018484, E: info@nik.nl, www.nik.nl.
  • Het is niet vanzelfsprekend dat vreemde mannen en vrouwen zich zomaar samen in één ruimte bevinden. Binnen de eigen familie geldt dit niet. Deze regel levert soms problemen of verlegenheid op vanwege gemengde zalen en gemengde verpleging in zorginstellingen.
  • Binnen zorginstellingen is vaak een gebrek aan tijd en ruimte voor de dagelijkse vijf gebeden. Een stiltecentrum of algemene gebedsruimte kan uitkomst bieden. Bij de moskee kan men als zorginstelling een rooster van de gebedstijden krijgen, zodat men weet wanneer de patiënt niet gestoord dient te worden. Ook kan men vragen of de patiënt een kom water voor de rituele wassing voorafgaand aan het gebed nodig heeft.
  • De dood betekent de overgang naar een beter bestaan en geldt daarom niet als een verdrietige zaak.
  • Men praat niet gemakkelijk over de dood. Een reden hiervoor is dat men zich uit eerbied niet wil bemoeien met zaken die alleen God aangaan. Het is raadzaam om als zorgverlener niet met de stervende zelf maar met de naasten over de dood te spreken en na te gaan of en hoe dit gesprek bij de stervende terecht is gekomen.
  • Voor moslims geldt het bezoeken van stervenden als een verdienstelijke daad en bovendien is het belangrijk om nog lopende zaken uit te spreken en elkaar te vergeven. Er kunnen dus veel mensen langskomen voor een kort bezoek.
  • Indien de familie hier niet voor zorgt is het zaak in de stervensfase een imam te waarschuwen.
  • Een stervende wordt in de allerlaatste fase op de rechterzijde gelegd met het gezicht richting Mekka of op de rug met de voeten richting Mekka. Indien dit teveel inspanning of pijn kost legt men het hoofd iets hoger zodat de stervende naar Mekka kan kijken.
  • De stervende dient zoveel mogelijk met rust te worden gelaten.
  • Tijdens de stervensfase leest een imam of iemand anders zacht een bepaald hoofdstuk uit de Koran en spreekt een gebed en de geloofsbelijdenis uit die, zo mogelijk, door de stervende wordt nagezegd.
  • Bij een sterfgeval heeft de Islamitische gemeenschap (en niet in eerste instantie de familie) de plicht vier taken te vervullen: de wassing, de inwikkeling in de lijkwade, het uitspreken van het begrafenisgebed en het uitvoeren van de begrafenis. Vanaf de stervensfase tot en met het dichten van het graf, doen familieleden dus vaak alles zelf. Indien er geen familieleden aanwezig zijn, ligt hier een taak en plicht voor andere moslims.
  • Bij een sterfgeval dient de zorgverlener de gestorvene zo min mogelijk aan te raken, primaire zorg te verlenen, een eventueel infuus en katheter te verwijderen, de handen naast het lichaam te leggen en het lichaam met een laken te bedekken (dus niet aankleden). Wanneer er geen familie aanwezig is dient te moskee in de buurt gewaarschuwd te worden.
  • Iedere gestorvene moet rein voor Allah verschijnen, daarom is de rituele wassing verplicht.
  • Meestal vindt de wassing plaats onder leiding van mensen met de nodige kennis en ervaring van buiten de familie. Vaak kan men daarbij een beroep doen op een vaste groep mensen, te bereiken via de moskee of, wanneer men niet over een eigen moskee beschikt, (zelf)organisaties.
  • De wassing kan thuis, in een ruimte bij de moskee of in het mortuarium van ziekenhuis of rouwcentrum plaatsvinden.
  • Na de wassing wordt het lichaam door alleen mannen vervoerd om opgebaard te worden. Dit gebeurt meestal in een ruimte bij de moskee of het uitvaartcentrum. Hier wordt het begrafenisgebed voor de gestorvene uitgesproken met een imam als voorganger. De rituelen kunnen soms meer tijd in beslag nemen dan men gewoon is in Nederland.
  • Het rouwen bij een sterfgeval gebeurt vaak luidruchtiger en emotioneler dan men in Nederland gewend is.
  • Gescheiden rouwen door mannen en vrouwen vergt extra ruimte in ziekenhuizen en/of rouwcentra.
  • Naar een begrafenis komen vaak vele mensen, ook mensen die de overledenen niet persoonlijk hebben gekend.
  • Tijdens de tocht naar de begraafplaats is men gewoon relatief snel te lopen. Het is verdienstelijk om de baar een klein stukje te helpen dragen. In Nederland is dat niet altijd mogelijk.
  • De tijd tussen sterven en begrafenis moet zo kort mogelijk zijn. Dit om de overgang naar het hiernamaals te bevorderen en vanwege het snellere ontbindingsproces in de landen van herkomst (vanwege het klimaat). In de herkomstlanden wordt men meestal binnen 24 uur na overlijden begraven. Vanwege de wet op de lijkbezorging is begraven binnen 36 uur na overlijden alleen mogelijk indien ontheffing van die wet wordt aangevraagd (waar overigens weinig gebruik van wordt gemaakt).
  • Om de overgang naar het hiernamaals te bevorderen ligt de dode bij voorkeur ongekist in het graf op de rechterzij en met het gezicht naar Mekka. Bij vochtige, kleverige grond (zoals meestal in Nederland) wordt wel een kist gebruikt. Hierin moet de gestorvene op de zij kunnen liggen.
  • Aan de bovenkant van het lichaam moet altijd ruimte worden gecreëerd om de wederopstanding mogelijk te maken.
  • Ieder mens wordt individueel beoordeeld en dient dus alleen in een graf te liggen.
  • Het graf mag niet geruimd worden om de eeuwige rust tot aan de wederopstanding te waarborgen.
  • Over de vraag of bij het naderen van de dood bepaalde medische handelingen volgens de islam voortgezet dan wel gestaakt mogen worden, ontstaat soms discussie en verlegenheid. In die gevallen kan de mening van een imam of moslimarts uitkomst bieden.
  • Omdat God en niet de mens het moment van sterven bepaalt is euthanasie niet bespreekbaar.
  • Het geven van pijnstillers is toegestaan.
  • Autopsie is problematisch omdat het lichaam vanwege de herrijzenis zoveel mogelijk intact dient te blijven en omdat het dan langer duurt voor de begrafenis kan plaatsvinden. Na overleg en indien organen en weefsels worden teruggeplaatst is autopsie soms wel mogelijk.
  • Binnen de islam wordt verschillend gedacht over orgaandonatie.
  • Vanwege het geloof in een wederopstanding en vanwege de associatie met het branden in de hel wordt cremeren afgewezen.
  • Van de moslims die in Nederland overlijden, kiest het merendeel voor repatriëring van het lichaam om terug te gaan naar de ‘roots’ en om zeker te zijn van eeuwige grafrust. Het is echter aannemelijk dat de tweede en volgende generatie ervoor zal kiezen in een Islamitisch graf in Nederland begraven te willen worden. 

Adressen voor meer informatie

  • Nederlands Ouderen Migranten Actief (NOMA) Bond voor de belangenbehartiging van ouderen migranten. Men kan advies en ondersteuning bieden bij sterven. Plantagemiddelaan 14, 1018 DD Amsterdam. T: 020-6182874.
  • Stichting Milli Görüs-Arafat Solidariteitsfonds dat zich deels ook bezighoudt met uitvaartverzorging. Zuidermolenweg 27, 1069 CE Amsterdam.T: 020-6182904/06-51984244. 
  • Stichting Hilal Uitvaartorganisatie die onder andere samenwerkt met de Turkse organisaties. Hoofdkantoor, Zeeburgerdijk 117, 1094 AD Amsterdam. T: 020-6682250. 
  • Stichting Islamitisch Begrafeniswezen (IBW) Men heeft als hoofddoel het waarborgen van de eeuwige grafrust. Daarnaast is men in onderhandeling met lokale overheden om een of meer bijzondere Islamitische begraafplaatsen te realiseren in Nederland. Verder heeft men als doel het bevorderen van de overdracht van Islamitische kennis ten behoeve van begraven, het propaganderen van de Islamitische jurisprudentie inzake begraven en het oprichten van een islamitisch college van doodgravers. Er is een zeer gebruiksvriendelijk ‘protocol stervensbegeleiding’ op te vragen. Kruisstraat 142, 5612 CM Eindhoven. T: 06-19292766, E: info@stichtingibw.nl, www.stichtingibw.nl. Islamitische Stichting Nederland Imam Hiermee kan men contact zoeken voor het verrichten van zowel sji’itische als de soennitische rituelen. Saksen Weimarstr. 17, 5121 EM Reijen. T: 0161-227133. 
  • International Institute for the Study of Islam in the Modern World (ISIM) Men is goed op de hoogte van rouwrituelen van moslims. Contactpersoon N.M. Dessing, Postbus 11089, 2301 EB Leiden. T: 071-5277905/ 017-5277907. 
  • Dar Al-Arqam Dit is een stichting van en voor Nederlandstalige moslimvrouwen. Deze is in 1992 opgericht door Nederlandse vrouwen die overgegaan waren tot het moslimgeloof door hun huwelijk met een islamiet. Nu maken ook allochtone vrouwen van de tweede – en derde generatie er deel vanuit. Gerard Scholtenlaan 129, 3035 SJ Rotterdam. T: 06-18818967. 
  • Sji’ieten in Nederland zijn veelal afkomstig uit Afghanistan, Irak, Iran en Azerbeidjan. In Iran (93%) en Irak (60%) vormen sji’ieten de meerderheid van de bevolking. Verder zijn er relatief grote sji’itische minderheden in Afghanistan, Libanon, Azerbeidjan en enkele andere moslimlanden. Binnen het sji’itisme bestaan verschillende richtingen die hier niet worden genoemd. Voor veel sji’ieten nemen naast de profeet (Mohammed), twaalf imams (voor andere moslims zijn dat er zeven) een bijzondere plaats in als geestelijk leiders. Sji’ieten kennen naast Mekka en Medina, die voor alle moslims belangrijk zijn, een aantal andere heilige plaatsen zoals Kerbala, Najjaf (Irak) en Qom (Iran). In het geloofsleven van veel sji’ieten hebben deze plaatsen een speciale emotionele en religieuze betekenis.
    Sji’ieten kennen een sterkere interne hiërarchie. De aanduidingen ‘imam’ en ‘ayatollah’ worden gereserveerd voor de hoogste geestelijke leiders, die groot gezag hebben als uitleggers van de traditie. Rituele voorschriften zijn gedetailleerder en deze worden nauwkeuriger opgevolgd dan bij soennieten. Verder zijn er verschillen in gebedspraktijk en geloofsbeleving tussen sji’ieten en soennieten.
  • Bij sji’ieten wordt tijdens de stervensfase uit de Koran gelezen, de Islamitische geloofsbelijdenis opgezegd en er wordt gesproken over de twaalf eerste imams. Men gelooft dat zij samen met de profeet de stervende helpen bij de overgang naar het toekomstige leven.
  • Bij sji’ieten krijgt de stervende zo mogelijk water waarin een klein beetje aarde uit Kerbala is opgelost.
  • Nadat de dood is ingetreden wordt veelal de geloofsbelijdenis nogmaals ingefluisterd.
  • Bij vrouwen is het de regel is dat de wassing plaatsvindt door iemand van de naaste familie (moeder, dochter of tante). Bij mannen is dit geen regel.
  • Bij sji’ieten wordt, voordat de wassing plaatsvindt, de plek waar het lichaam tijdens de wassing komt te liggen goed schoongemaakt. Ook worden de haren en de nagels van de gestorvene bijgeknipt en later apart begraven.
  • Meestal vindt in of bij het rouwcentrum de ceremonie van ‘het uitspreken van het begrafenisgebed’ plaats.
  • Sommige shi’ieten (uit Irak en soms ook uit andere landen) hebben de wens om te worden begraven in een van de eerdergenoemde heilige plaatsen. Wanneer dit niet mogelijk is wordt bij de teraardebestelling soms wat zand uit een van die plaatsen onder het hoofd van de gestorvene gelegd.
  • Tegenwoordig gebeurt het vaker dat men gerepatrieerd wordt, maar dit is vaak een omslachtige en langdurige procedure. Irakezen hebben momenteel nog geen eigen verzekeringsorganisatie voor repatriëring, hetgeen een en ander ook kan bemoeilijken.
  • Wanneer de ouders of het grootste deel van de familie nog in Afghanistan wonen zal men geneigd zijn om in Afghanistan te begraven. Indien hele families gevlucht en over de wereld verspreid geraakt zijn zal men de begrafenis zo lang mogelijk uitstellen. Afghanen hebben momenteel nog geen eigen verzekeringsorganisatie voor repatriëring, hetgeen een en ander ook kan bemoeilijken.

Adressen voor meer informatie

  • Stichting Takrim
    Deze stichting ondersteunt de Afghanen in Nederland bij de uitvoering van traditionele gebruiken bij uitvaarten en huwelijken. Ook helpt zij landelijk bij het afsluiten van uitvaartverzekeringen. Zij organiseert bovendien Afghaanse culturele activiteiten voor jong en oud.
    Herkingenstraat 64c, 3086 BH Rotterdam. T: 010-4752162/06-24707731. Favon – Federatie van Afghaanse Vluchtelingen Organisaties in Nederland: www.favon.org

3.  Aandachtspunten bij verschillende bevolkingsgroepen

  • Er bestaan vele verschillende rituelen rondom sterven, dood en rouw.
  • De rituelen worden vaak uitgevoerd door de nabestaanden.
  • Bij de rituelen rondom sterven, dood en rouw zijn vaak veel mensen aanwezig.
  • Er wordt vaak openlijk gerouwd waarbij men luidruchtig en heftig uiting aan de emoties geeft.
  • Er bestaan grote verschillen in de manier waarop groepen Afrikanen zich in Nederland hebben georganiseerd. Dat kan te maken hebben met de politieke situatie en etnische en religieuze verschillen in het land van herkomst, maar ook met de reden waarom men naar Nederland is gekomen: als vluchteling, als student, als werknemer (al dan niet illegaal) of in het kader van gezinshereniging. Mensen uit vooral Somalië, maar ook uit Ethiopië en Eritrea, kennen een relatief hoge organisatiegraad, terwijl dat bij Angolezen, Nigerianen of Congolezen veel minder het geval is.
  • Naast de ‘officiële’ organisaties, die voor een groot deel religieus van aard zijn, bestaan er vaak uitgebreide informele netwerken.

Adressen voor meer informatie

Algemeen

  • Afrikaans Studiecentrum
    Interuniversitair wetenschappelijk instituut, ondergebracht bij de universiteit van Leiden. Het instituut richt zich op de wetenschappelijke studie van ‘sub-Sahara’ Afrika en op het verspreiden van kennis over Afrika. Het instituut beschikt over een uitgebreide bibliotheek.
    Pieter de la Court-gebouw, Wassenaarseweg 52, 2333 AK Leiden. T: 071-527 3372,
    E: asc@ascleiden.nl, www.ascleiden.nl.
  • Samen Kerk in Nederland (SKIN)
    SKIN is gelieerd aan de Protestantse Kerk in Nederland en vormt een platform van zo’n 50 christelijke migrantenkerken, waaronder vele Afrikaanse. Via de website www.skinkerken.nl zijn ook adressen te vinden.
    Koningin Wilhelminalaan 3, 3818 HN Amersfoort. T: 033-4450655, E: info@skinkerken.nl.
  • Portal/zoekmachine voor activiteiten en organisaties die iets met Afrika te maken hebben, o.a. bedrijven, verenigingen en kerken.
    www.africaserver.nl/africadirectory
  • Ethiopisch-Nederlandse Vriendschapsvereniging.
    De vereniging is een ontmoetingsplaats voor iedereen met interesse in Ethiopië. Er zijn zowel Ethiopiëers als niet- Ethiopiëers bij aangesloten.
    Operaweg 97, 3816 EC Amersfoort. T: 033-4753205, E: info@envv.nl, www.envv.nl
  • Somalië
    Federatie Somalische Associaties Nederland (FSAN)
    De FSAN is een landelijke bundeling van (meer dan 40 door de FSAN erkende) Somalische verenigingen.
    Donker Curtiusstraat 7, 1051 JL Amsterdam. T: 020-4861628, www.fsan.nl
  • Men besteedt veel aandacht en tijd aan de losmaking van de nabestaanden en de overledene.
  • Men vindt het niet moeilijk om over de dood te praten.
  • Wanneer iemand op sterven ligt wordt een priester aan het bed geroepen. Hij zal volgens katholiek gebruik het ‘sacrament der zieken’ (ook wel genoemd ‘ziekenzalving of ‘heilig oliesel’) toedienen.
  • Direct na het overlijden dekt men de spiegels af en sprenkelt men met (wij)water, zodat de geest van de overledene rein op reis kan. Verder richt men een altaar op waar vier kaarsen, een kruisbeeld, een foto van de overledene, een palmtakje en eventueel een afbeelding van de heilige familie (Jezus, Jozef en Maria) op komen te staan.
  • Indien iemand gestorven is praat men met hem/ haar (men vraagt bijvoorbeeld waarom deze geen teken van het sterven heeft gegeven), bidt men voor vergeving van de overledene en wordt er gehuild om de geest van de overledene weg te jagen. Ook wordt er urenlang gezongen.
  • Het verdient aanbeveling om te zorgen voor een aparte kamer waar de nabestaanden gezamenlijk kunnen bidden, zingen en afscheid nemen.
  • Het afleggen van de overledene kan gebeuren door een goede kennis of iemand die daar speciaal voor is aangesteld. Na het wassen en kleden wordt het lichaam vanaf de voeten tot aan het middel bedekt met een laken.
  • Soms wordt het lichaam thuis opgebaard maar meestal kiest men voor een rouwcentrum of een plek waar de overledene een binding mee had.
  • Men is vanuit de Antillen gewend om vanaf het moment van iemands overlijden tot aan de dag van de begrafenis op alle dagen rouwbezoeken af te leggen. In de rouwcentra in Nederland kan dit meestal maar één uur per dag, reden waarom men vaak een aantal dagen achter elkaar de opbaarruimte in het rouwcentrum afhuurt.
  • Het afleggen van een rouwbezoek is een plicht die niet licht wordt opgevat en men komt dan ook in grote getale.
  • Tijdens de rouwbijeenkomst toont men vrijelijk de emoties en vooral aan het einde van de dienst kunnen deze heftige vormen aannemen, omdat men zich realiseert dat het definitieve afscheid nadert.
  • Autopsie ligt lastig omdat het lichaam zo ongeschonden mogelijk moet worden begraven.
  • De meeste Antillianen worden begraven omdat het lichaam zo ongeschonden mogelijk dient te blijven.
  • Velen kiezen ervoor om in het land van herkomst te worden begraven. Indien men zich in Nederland laat begraven dan gebeurt dit meestal op één van de Rooms-Katholieke begraafplaatsen in Nederland.

Adressen voor meer informatie

  • Vereniging Antilliaans Netwerk (VAN)
    Vereniging Antilliaans Netwerk organiseert met enige regelmaat activiteiten om personen met een Antilliaanse achtergrond en/of diegenen die affiniteit hebben met de Nederlandse Antillen bijeen te brengen.
    Postbus 71748, 1008 DE Amsterdam. E: info@antilliaansnetwerk.nl, www.antilliaansnetwerk.nl
  • Pengel Uitvaartverzorging G.S.
    Deze onderneming is gespecialiseerd in het verzorgen van traditionele Surinaamse en Antilliaanse uitvaarten. Zij regelt transport in binnen en buitenland en heeft verzekeringen.
    Nicolaas Beetslaan 328, 2273 RL Voorburg. T: 070-3869460.
  • Indien een lid van de familie stervende is roept men alle naaste familieleden bijeen rond het sterfbed.
  • Het is van belang dat het stervensproces plaatsvindt met een zo min mogelijk geschonden lichaam en zo min mogelijk pijn.
  • Op het spreken over de doden rust een taboe omdat dit negatieve krachten kan oproepen.
  • Men is bang voor de dood omdat de toekomst na de dood afhankelijk is van de balans tussen positieve en negatieve aspecten tijdens het aardse leven. Ook heerst er soms angst voor besmetting door de dood.
  • De rituelen voorafgaand aan de uitvaart worden uitgevoerd door de naaste familieleden en een geestelijke, de oudste zoon speelt daarbij een belangrijke rol.
  • Het is voor de nabestaanden belangrijk om op het juiste moment en de juiste manier de voorgeschreven handelingen en de begrafenis uit te voeren.
  • Alles wat in aanraking is geweest met de overledene wordt later mee begraven.
  • Aan het voeteneinde van de gestorvene wordt een spiegel geplaatst.
  • Het lichaam wordt gekist in aanwezigheid van de naaste familieleden.
  • Meestal wordt er eenmaal een rouwbezoek in het rouwcentrum georganiseerd waarbij de rituelen kunnen verschillen.
  • De nabestaanden branden wierookstokjes, installeren soms rouwborden of een standaard met naam en foto van de overledene en vaak een tafel met een uitgebreide maaltijd bestemd voor de dode.
  • Tijdens de begrafenis wordt valse muziek gespeeld, knallend vuurwerk afgestoken, wierook gebrand en spullen verbrand.
  • Op de begraafplaats zijn vaak vele mensen aanwezig.
  • Over het algemeen maken Chinezen in Nederland gebruik van de reguliere uitvaartorganisaties.
  • De doden worden begraven of gecremeerd waarna de as naar het geboortegrond wordt gebracht.

Adressen voor meer informatie

  • Uitvaartwinkel De Witte Lelie
    www.de-witte-lelie.com
    Verkoop van attributen te gebruiken bij Chinese uitvaarten zoals altaartjes, kisten, nepgeld, etc. Ook sluiten zij uitvaartverzekeringen af. Zij kunnen ook de gehele uitvaart verzorgen.
  • Chinese begraafplaats De Chinese Rustplaats
    Dit is de eerste Chinese begraafplaats van Zuid-Holland, geopend in april 2000. De begraafplaats heeft karakteristieke Chinese stijlelementen. Er kan worden begraven volgens confuciaanse, boeddhistische, taoïstische en christelijke tradities.
    Nieuw Eykenduynen, Kamperfoeliestraat 2a, 2563 KJ Den Haag. T: 070-3258396,
    E: cre.nieuweykenduynen@yarden.nl, www.yarden.nl.
  • Bij de wassing is het toegestaan dat echtelieden hun eigen partner (man of vrouw) wassen.
  • Meestal vindt in de moskee of in de openlucht de ceremonie van ‘het uitspreken van het begrafenisgebed’ plaats.
  • In Nederland wordt het begrafenisgebed vaak gehouden in de moskee, maar soms ook in de openlucht.
  • De meeste Marokkanen worden in Marokko begraven. Zij hebben hiervoor speciale voorzieningen getroffen in de vorm van organisaties die de repatriëring verzorgen en hiervoor verzekeringen aanbieden. De meeste Marokkanen zijn bij een dergelijke organisatie aangesloten.

Adressen voor meer informatie

  • Banque Commerciale du Maroc
    Bank die uitvaartverzekeringen verzorgt.
    Ceintuurbaan 400, 1073 EN Amsterdam. T: 020-6647551
    Chaabi du Maroc Banque Bank die uitvaartverzekeringen verzorgt.
    Rokin 87, 1012 KL Amsterdam. T: 020-6234751.
  • Begrafenis- en crematieverzorging Ouwerkerk B.V.
    Marokkanen zijn vaak verzekerd via een verzekeraar in Marokko. Ouwerkerk is een van de begrafenisondernemers die contacten heeft met deze verzekeraars in Marokko (met name Banque Populair) en verzorgt regelmatig de organisatie rondom sterfgevallen van Marokkanen door heel Nederland. Men regelt alles tot en met de terugvlucht naar Marokko.
    Wezerdreef 11, 3562 BC Utrecht. T: 030-2933375, E: info@ouwerkerk-uitvaart.nlwww.ouwerkerk-uitvaart.nl
  • Wanneer iemand op sterven ligt wordt deze bezocht door veel mensen uit de gemeenschap, de dominee en andere leden van de kerkgemeenschap. Hierbij praat men samen in alle openheid over de dood en andere zaken en bidt men samen tot God.
  • Bij een sterfgeval zijn er specifieke gebruiken wat betreft wassen, afleggen en begeleiding bij het rouwproces. Daarbij is een grote rol weggelegd voor de ‘extended family’ (gebaseerd op vriendschapsbanden, stamverwantschappen of bloedverwantschappen) van de overledene. Hierbinnen wordt een comité gevormd en bepaald wie, wat, wanneer doet bij een sterfgeval.
  • Binnen de directe familie van de overledene is het oudste kind de centrale figuur en het aanspreekpunt rondom het hele proces.
  • Als de dood is ingetreden wordt meestal aan een oudere vrouw uit de gemeenschap gevraagd om de naaste familieleden (meestal de kinderen van de overledenen) te helpen met de verzorging van de gestorvene. Volgens gebruik wordt er tijdens de wassing tegen de overledene gesproken.
  • De overledene heeft soms zelf de kleding uitgezocht die na het overlijden wordt aangetrokken.
  • Het lichaam wordt een aantal dagen opgebaard in een ruimte van de kerk, een rouwcentrum of thuis. In gemeenten waar veel Molukkers wonen zijn Molukse ‘dana duka’ of rouwcentra.
  • Bij het naar binnen of naar buiten gaan van een ruimte wordt het lichaam telkens met de voeten vooruit gedragen. De gedachte hierachter is dat de mens eerst zijn voeten neerzet waarna de rest van het lichaam volgt.
  • Bij de uitvaartdienst zijn vaak wel 500 tot 1000 of meer mensen vanuit heel Nederland aanwezig om de overledene de laatste eer te bewijzen.
  • De laatste jaren is het gebruikelijk dat de familie zelf het graf dichtgooit.
  • Molukkers worden begraven op algemene begraafplaatsen en in een enkel geval op de Molukken.
  • Graven worden langdurig verzorgd en men neemt deze plicht ook voor elkaar waar.

Adressen voor meer informatie

  • Stichting Muhabbat
    Landelijke Molukse diaconale instelling voor Zorg en Welzijn.
    Oranjesingel 26, 6511 NV Nijmegen. T: 024-3230975, E: info@muhabbat.nl, www.muhabbat.nl
  • Landelijke Stuurgroep Molukse Ouderen (LSMO)
    De LSMO is een samenwerkingsverband van landelijke instellingen, regionale steunfunctie instellingen en 2 woonzorgcentra. De belangrijkste doelstelling is het welzijn van Molukse ouderen. Bernard de Wildestraat 400, 4827 EG Breda. E: ismo@raffyzorg.nl, www.lsmo.nl
  • Onder creolen bestaat een grote betrokkenheid bij sociale gebeurtenissen en dit is ook merkbaar bij de gebeurtenissen rondom sterven, dood en rouw.
  • Allerlei rituelen moeten ervoor zorgen dat de ziel van de overledene de aarde tevreden kan verlaten en niet blijft ronddolen rond de nabestaanden. Het is daarom heel belangrijk dat de juiste rituelen op de voorgeschreven wijze worden uitgevoerd.
  • Men besteedt veel aandacht aan het wassen, kleden en verzorgen van de overledene. Van oudsher doen de nabestaanden dit niet zelf. Men maakt hiervoor meestal gebruik van een Surinaamse aflegvereniging.
  • De aflegging vindt meestal plaats in een rouwcentrum.
  • Bij het afscheidsritueel voorafgaand aan het afleggen raken de familieleden de overledene aan en dit gaat vaak gepaard met hevige emoties.
  • De vrijwilligers (‘dinari’) van het aflegcentrum verrichten hun werkzaamheden onder het uitspreken van gebeden en zingen van religieuze liederen. Ook wordt er volgens de traditie alcohol geschonken.
  • In het rouwcentrum wordt een rouwbijeenkomst gehouden waarbij velen aanwezig zijn. Bij aanvang brengen de dinari de baar met de open kist naar de rouwzaal onder gezang en het uitvoeren van onregelmatige passen. De dinari dragen de kist ook weer zingend en dansend de zaal uit.
  • Op de dag van de uitvaart vindt ’s ochtends in het rouwcentrum nog een korte afscheidsplechtigheid plaats voor de naaste familie
  • De doden worden bij voorkeur begraven.
  • Op de begraafplaats wordt de familie door velen opgewacht.
  • In de aula vindt meestal een korte gebedsdienst plaats waarbij op het laatst de kist weer open gaat voor een definitief afscheid. Nabestaanden worden aangemoedigd hun emoties de vrije loop te laten.

Adressen voor meer informatie

  • Uitvaartorganisatie ‘Een laatste groet’
    De contactpersoon is zelf van Surinaams Creoolse afkomst en verzorgt door het hele land met name Surinaamse uitvaarten. Haar motto is ‘neem de tijd voor afscheid’.
    Contactpersoon mw. Lenie Oosterwouw, Groeneveen 160E, 1103 EK Amsterdam zuidoost.
    T: 020- 4530845, www.eenlaatstegroet.nl.
  • Aakhri Bidaai Uitvaartverzorging
    Aakhri Bidaai is een uitvaartverzorging voor migranten. In eerste instantie zijn Surinamers de doelgroep. De uitvaart wordt geregeld in de eigen taal, volgens de eigen geloofsovertuiging en cultuur. Aakhri Bidaai werkt samen met de mandir (hindoetempel) en de moskee, en met diverse Surinaamse organisaties en stichtingen. Het overbrengen van de overledene naar Suriname is mogelijk.
    Contactpersoon mw. Carla Mahawat Khan, Columbusstraat 237, 2561 AK Den Haag. T: 070-3586187.
  • Romac ‘Sranang Sabi Winkri’
    Winkel met Surinaams-Creoolse artikelen zoals oliën voor afleggen en rouwkleding.
    Kromme Wiekstraat 25, 3035 RA Rotterdam.
  • Pengel Uitvaartverzorging G.S.
    Deze onderneming is gespecialiseerd in het verzorgen van traditionele Surinaamse en Antilliaanse uitvaarten. Men regelt transport in binnen- en buitenland en verzorgt verzekeringen.
    Nicolaas Beetslaan 328, 2273 RL Voorburg. T: 070-3869460.
  • Shanti-Nelom Uitvaartverzorging, algemene begrafenis en crematieverzorging.
    Shanti-Nelom werkt met name in Noord- en Zuid-Holland en is gespecialiseerd in Surinaamse uitvaarten, ongeacht etnische of religieuze achtergrond. Shanti-Nelom adviseert op het gebied van de uitvaart zelf, maar ook over de kosten daarvan. Regelmatig worden voorlichtingsbijeenkomsten georganiseerd in huiselijke kring en binnen organisaties.
    Lavendeltuin 28, 2724 PE Zoetermeer. T: 079-3311989.
  • Bij de hanafieten is het toegestaan dat een vrouw haar man ritueel wast, maar in de praktijk gebeurt dit zelden. Het omgekeerde is niet toegestaan.
  • Meestal vindt de wassing plaats onder leiding van een imam of andere ervaren persoon, soms de vrouw van de imam.
  • Meestal vindt in of bij het rouwcentrum de ceremonie van ‘het uitspreken van het begrafenisgebed’ plaats.
  • De meeste Turken worden naar Turkije overgebracht en daar begraven. Zij hebben hiervoor speciale voorzieningen getroffen in de vorm van organisaties die de repatriëring verzorgen en hiervoor verzekeringen aanbieden. De meeste Turken zijn bij een dergelijke organisatie aangesloten.

Adressen voor meer informatie

  • Stichting Hilal
    Uitvaartorganisatie die onder andere samenwerkt met de Turkse organisaties Hoofdkantoor, Zeeburgerdijk 117, 1094 AD Amsterdam. T: 020-6682250. 
  • Stichting Milli Görüs-Arafat
    Solidariteitsfonds dat zich deels ook bezighoudt met uitvaartverzorging. Zuidermolenweg 27, 1069 CE Amsterdam. T: 020-6182904/06-51984244.
  • Uitgebreide informatie over rouwrituelen in verschillende culturen. Richt zich op jongeren. www.troostvoortranen.nl
  • Graaff FM de, Francke AL, Muijsenbergh METC van den, Geest S van der (2012). Understanding and improving communication and decision making in palliative care for Turkish and Moroccan immigrants: a multiperspective study. Etnicity and Health Volume 17, Issue 4, 2012: 363-83
  • Koppenol-van Hooijdonk M, Karagül A, Scherpenzeel L, Blokland W, Steenbeek M van. (2006). Gebruiken en rituelen in de terminale fase. Utrecht
Hanfiten, rouwrituelen, wierook, Moluks, Molukkers, Indonesische, creool, creools, sterven, dood, rouwbegeleiding, eutenasie, orgaandonatie, autoptie, bidden, gebruiken, uitspreken van begrafenisgebed, dana duka, dinari, pandit, repatriering, afleggen, wassing, extended family, afscheidsplechtigheid, shi’iete (ook geschreven als sji’ieten), orthodox Christendom, Griekenland, Polen, protestantse kerken, katolicisme, bevolkingsgroepen, Aghanenen, Afghanistan, wierook, taboek, Boedisme, Antillen, Pinkstergemeente, godsdiensten, Oost-Europa, Chinezen, Irak, Uganda, Somalië, Soedan, Rwanda, Eritrees, Angolees, Angola, Afrikaans, Kongolese, Congo, Latijns-Amerika, Afrikaans, Jodendom, Libanon, Hindoeïsme, Azerbeidjan, Islamitisch, ontheffing, protestants, orgaandonatie, imam, moslims, Sanataan-stroming, stervensproces, stervensfase, crematie, begrafenis

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de werking van de website te optimaliseren. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten