1.  De meest relevante punten

  • Giardiasis is een parasieteninfectie van de dunne darm.
  • Giardia lamblia is kosmopoliet, komt ook in Nederland veel voor.
  • Hoog-endemisch in ontwikkelingslanden, m.n. bij kinderen < 10 jaar.
  • Denk hieraan bij: chronische of recidiverende diarree, chronische buikpijn of maagklachten, gewichtsverlies of groeiachterstand bij kinderen (in het bijzonder bij migranten!).
  • Kosmopoliet voorkomen:
    • In ontwikkelingslanden: endemisch bij kinderen: 15-20% van de kinderen onder de 10 jaar is geïnfecteerd.
    • In Nederland: voornamelijk bij kinderen op scholen en kinderdagverblijven en hun gezinsleden, reizigers en importziekte bij migranten en hun kinderen.
    • Wereldwijd één van de meest voorkomende oorzaken van diarree.
  • A-symptomatisch dragerschap komt frequent voor.

Etiologie: eencellige parasiet Giardia lamblia (synoniem G. duodenalis of G. intestinalis).

Overdracht: feco-oraal:

  • direct van mens op mens
  • besmet drinkwater of zwemmen in besmet water
  • via fecaal verontreinigd voedsel / zandbak

A-symptomatisch dragerschap komt veel voor.

Symptomen:

  • acute diarree, zelflimiterend: waterige diarree met buikpijn, flatulentie, stinkende stoelgang, opgezette buik en slechte eetlust; steatorroe, soms lichte koorts DD: zie NHG standaard ‘acute diarree’: www.nhg.org/standaarden/samenvatting/acute-diarree
  • chronische diarree of chronisch-recidiverende diarree: intermitterende diarree (waterig of steatorroe), flatulentie, buikpijn, epigastrische pijn, algemene malaise, moeheid, soms met gewichtsverlies en anemie (malabsorptiesyndroom)
  • bij kinderen kan het beloop zeer aspecifiek zijn: gebrek aan eetlust, prikkelbaarheid, flatulentie, chronische buikpijn, gedragsstoornissen, onvoldoende gewichtstoename

Complicaties:

  • malabsorptiesyndroom: steatorroe, gewichtsverlies en anemie
  • failure-to-thrive: groeiachterstand bij jonge kinderen of kinderen van migranten met chronische of frequente re-infectie met giardia
  • lactose intolerantie bij 20-40% van de infecties; kan nog weken aanhouden na behandeling
  • zeldzaam: urticaria en reactieve artritis
  • verhoogd risico op chronische infectie bij HIV-infectie en IgA deficiëntie

In aanvulling op de NHG standaard ‘acute diarree: www.nhg.org/standaarden/samenvatting/acute-diarree

  •  Anamnese: vraag naar:
    • diarree? duur? frequentie? waterig? steatorroe (stinkende, vettige diarree)?
    • andere symptomen: flatulentie, buikpijn?
    • complicaties: gewichtsverlies of groeiachterstand?
    • reisanamnese?
    • infecties binnen het gezin?
  •  LO
    • algemene toestand en tekens van dehydratie
    • buikonderzoek: opgezet abdomen, gevoelig abdomen
    • groeicurve bij twijfel over groei
  • Aanvullend onderzoek
    • Fecesonderzoek:
      • triple fecestest (TFT): hierbij wordt driemaal feces afgenomen en bij twee van deze monsters wordt het materiaal direct opgevangen in een SAF-fixatief Nadelen TFT: lage sensitiviteit, bewerkelijk voor patiënt
      • PCR: tegenwoordig in de meeste laboratoria beschikbaar. Hiervoor is een eenmalig fecesmonster nodig (ongefixeerd). Deze methode is gevoeliger dan de TFT.
    • Bloedonderzoek: draagt niet bij aan diagnostiek van giardia. Kan wel een eventuele anemie aantonen bij malabsorptiesyndroom. Er is geen eosinofilie.

  •  Niet-medicamenteus advies
    • strikte toilet hygiëne
    • keuken hygiëne: handen wassen voor bereiden/nuttigen van voedsel
    • bij lactose intolerantie na effectieve behandeling: lactosevrij dieet gedurende enkele weken
    • preventie voor reizigers: giardia lamblia wordt gedood door 1 minuut koken van drinkwater
  • Medicatie: Zie NHG standaard ‘acute diarree’ www.nhg.org/standaarden/samenvatting/acute-diarree
    Symptoomloos dragerschap komt veel voor en behoeft geen behandeling.
    Bij aanhoudende klachten:

    • behandeling met metronidazol 1 dd 2 g gedurende 3 dagen of 250 mg driemaal per dag gedurende 5-7 dagen
    • kinderen: oraal: 15 mg/kg lichaamsgewicht per dag in 2-3 doses gedurende 7 dagen)
  • Verwijzen
    Doorgaans niet nodig. Bij failure-to-thrive kan verwijzing naar kinderarts nodig zijn.
  • Controle
    Het is raadzaam een controle fecesonderzoek te laten verrichten ongeveer 10 dagen na therapie, zeker wanneer de patiënt niet opknapt: Bij onvoldoende resultaat denk aan:

    • therapie ontrouw
    • lactose intolerantie: kan nog weken aanhouden na effectieve behandeling
    • re-infectie (via asymptomatische drager, bijv. een ander gezinslid)
    • resistentie tegen medicatie
    • onderliggende immunodeficiëntie (IgA deficiëntie, HIV)

giardiasis, giardia, giardia lamblia, giardia duodenalis, giardia intestinalis, diarree, groeiachterstand.