1.  De meest relevante punten

  • Giardiasis is een parasieteninfectie van de dunne darm.
  • Giardia lamblia komt wereldwijd voor, en ook veel in Nederland.
  • Hoog-endemisch in ontwikkelingslanden, met name bij jonge kinderen.
  • Denk hieraan bij chronische of recidiverende diarree, chronische buikpijn of maagklachten, gewichtsverlies of groeiachterstand bij kinderen (in het bijzonder bij migranten).
  • Behandel patiënten met symptomatische infecties.
  • Wereldwijd endemisch voorkomen:
    • Giardia is de vaakst voorkomende parasiet in Nederland, de prevalentie varieert in studies van 0 tot 11,1%.
    • Groepen met verhoogde kans op infectie zijn kinderen en hun gezinsleden, werknemers van kinderdagverblijven, reizigers en migranten, afhankelijk van de leeftijd en het land van herkomst.
    • Giardia veroorzaakt 5% van de gastro-enteritis gevallen in de huisartsenpraktijk.
    • Wereldwijd één van de meest voorkomende oorzaken van diarree, met hoge prevalentie bij jonge kinderen in laag- en middeninkomenslanden: ongeveer 30% is geïnfecteerd.
  • Asymptomatisch dragerschap komt frequent voor.

Etiologie: eencellige parasiet Giardia lamblia (synoniem G. duodenalis).

Overdracht: feco-oraal:

  • Drinken van besmet water (ook tijdens zwemmen)
  • Via fecaal verontreinigd voedsel/zandbak
  • Direct van mens op mens

De incubatietijd is gemiddeld 7-10 dagen. De helft van de infecties verloopt asymptomatisch. Klachten kunnen variëren van mild zelflimiterend tot langdurige gastro-intestinale klachten.

Symptomen:

  • Acute diarree, zelflimiterend: initieel waterig, later steatorroe, stinkend; met buikpijn, flatulentie, opgezette buik en slechte eetlust, soms lichte koorts.
    DD: zie NHG standaard ‘acute diarree’: https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/acute-diarree.
  • Chronische diarree of chronisch-recidiverende diarree: intermitterend (waterig of steatorroe), flatulentie, buikpijn, epigastrische pijn, algemene malaise, moeheid, soms met gewichtsverlies en anemie (malabsorptiesyndroom).
  • Bij kinderen kan het beloop aspecifiek zijn: gebrek aan eetlust, prikkelbaarheid, flatulentie, chronische buikpijn, onvoldoende gewichtstoename.

Complicaties:

  • Malabsorptiesyndroom: steatorroe, gewichtsverlies en anemie.
  • Failure-to-thrive: groeiachterstand bij jonge kinderen of kinderen van migranten met chronische of frequente re-infectie met
  • Lactose intolerantie kan nog weken na behandeling aanhouden.
  • Zeldzaam: urticaria, reactieve artritis, pancreatitis, cholecystitis, uveitis.
  • Verhoogd risico bij antistofdeficiënties.

In aanvulling op de NHG standaard ‘acute diarree’: https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/acute-diarree

  • Anamnese:
    • Diarree: duur, frequentie, waterig/steatorroe (stinkend, vettig)
    • Andere symptomen: flatulentie, buikpijn
    • Complicaties: gewichtsverlies of groeiachterstand
    • Reisanamnese, consumptie van mogelijk gecontamineerd water of voedsel
    • Infecties binnen het gezin
  • LO
    • Algemene toestand en tekenen van dehydratie
    • Buikonderzoek: opgezet, gevoelig abdomen
    • Groeicurve bij kinderen
  • Aanvullend onderzoek
    • Fecesonderzoek: overweeg onderzoek op protozoa aan te vragen bij een diarreeduur van ≥ 10 dagen, onafhankelijk van de reisanamnese.
      • PCR is de test van keuze. Hiervoor is een eenmalig fecesmonster nodig (niet gefixeerd).
      • Triple fecestest (TFT) wordt in sommige laboratoria nog verricht, hiervoor wordt driemaal feces afgenomen. Verricht deze test in overleg met een medisch microbioloog indien de verdenking bestaat op een parasiet die niet in het PCR-panel is opgenomen.
    • Bloedonderzoek draagt niet bij aan de diagnostiek van Giardia. Kan wel een eventuele anemie aantonen bij malabsorptiesyndroom.
  • Niet-medicamenteus advies
    • Strikte toilet hygiëne
    • Keuken hygiëne: handen wassen voor bereiden/nuttigen van voedsel
    • Bij lactose intolerantie na effectieve behandeling: lactosebeperkt dieet gedurende enkele weken
    • Preventie voor reizigers: vermijd mogelijk besmet water en ongekookt voedsel dat bereid kan zijn met mogelijk besmet water. Giardia lamblia wordt gedood door 1 minuut koken van drinkwater.
  • Medicatie: Zie NHG standaard ‘acute diarree’ https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/acute-diarree
    Asymptomatisch dragerschap komt veel voor en behoeft geen behandeling.

Behandel bij aanhoudende klachten:

    • Volwassenen:
      • Eerste keus: metronidazol 1dd 2.000mg per os gedurende 3 dagen
      • Bij onvoldoende effect en/of recidief: 1dd 400mg albendazol per os gedurende 5 dagen
      • Bij bestaande zwangerschap: paromycine 3dd 500mg per os gedurende 7 dagen. NB Paromomycine is in Nederland niet geregistreerd maar is een zogeheten “ZFW-middel”. Een artsenverklar
      • Het is raadzaam een controle fecesonderzoek te laten verrichten ongeveer 10 dagen na therapie als de patiënt niet opknapt:
      • ing kan nodig zijn (7).
    • Kinderen:
      • 50mg/kg/dag per os in 1 dosis (max 2.000mg per dag) gedurende 3 dagen; geef bij onvoldoende effect een kuur van 7 dagen. Alternatief behandelschema: 15-30 mg/kg/dag in 3 doses gedurende 7-10 dagen, max 1.500 mg/dag.
  • Verwijzen
    Doorgaans niet nodig. Bij failure-to-thrive kan verwijzing naar kinderarts nodig zijn.
  • Controle
    Bij onvoldoende resultaat denk aan:
  • Therapie ontrouw
  • Lactose intolerantie: kan nog weken aanhouden na effectieve behandeling
  • Re-infectie (via asymptomatische drager, bijvoorbeeld een ander gezinslid)
  • Resistentie tegen medicatie (dan kan combinatie van metronidazol en albendazol effectief zijn)
  • Onderliggende immunodeficiëntie

 

Giardiasis, Giardia lamblia, Giardia duodenalis, diarree, groeiachterstand