1. De meest relevante punten
  • Hart- en vaatziekten (HVZ) komen bij de meeste niet-westerse bevolkingsgroepen vaker voor en op jongere leeftijd.
  • Mensen van Zuid-Aziatische afkomst, zoals Hindoestaanse Surinamers, hebben vaker én op jongere leeftijd DM2 of een metabool syndroom.
  • Mensen van West-Afrikaanse afkomst en uit zuidelijk Afrika hebben vooral vaker hypertensie, op jongere leeftijd en in een ernstige vorm met vroegtijdige complicaties. Zoutgebruik is een belangrijke oorzaak.
  • Behandel verhoogde bloeddruk bij mensen van West-Afrikaanse afkomst en uit zuidelijk Afrika met diuretica en calciumantagonisten; betablokkers hebben vaak een averechts effect en zijn gecontra-indiceerd.
  • De maligne hypertensie kan gepaard gaan met aanvallen van kortdurende neurologische dubbelzijdige uitval, berustend op bloedinkjes cerebraal; deze worden vaak niet herkend. Ascal is daarbij gecontra-indiceerd.
  • Bij de voorlichting over leefstijlgewoonten dient rekening te worden gehouden met de specifiek culturele en sociale belemmeringen om iets aan de leefstijl te veranderen.
  • Houd ook rekening met beperkte gezondheidsvaardigheden, deze zijn van invloed op therapietrouw en zelfmanagement.
  • Er zijn in Nederland veel wijkgerichte interventies gericht op bewegen en gezond leven.
  • Prevalentie en sterfte
    • Hart- en vaatziekten (HVZ) komen vaker voor bij mensen afkomstig uit Suriname, de Antillen/Aruba en Turkije dan bij andere Nederlanders, ook na correctie voor sociaal-economische status. Marokkaanse Nederlanders hebben juist minder vaak HVZ.
    • Bij Hindoestaanse Surinamers is de kans op HVZ op jonge leeftijd (35-60 jaar) drie keer zo hoog als bij mensen met een Nederlandse afkomst, namelijk 15% versus 5%. Bij Afro-Surinamers is het risico in die leeftijdsgroep 8%.
    • Dit heeft te maken met de hoge prevalentie van diabetes, hypertensie en dyslipidemie onder mensen met een Zuid-Aziatische afkomst.
    • Onderstaande tabel laat sterfte aan HVZ zien bij Nederlanders van diverse afkomst in 2009. Het betreft absolute aantallen en percentages van alle doodsoorzaken onder de betreffende bevolkingsgroep.
 

Afkomst

mannen < 60 jr

n (%)

vrouwen < 60 jr

n (%)

mannen ≥60 jr

n (%)

vrouwen ≥60 jr

n (%)

Nederlands1505 (19)803 (14)14.714 (30)17.613 (32)
Turks25 (15)23 (24)75 (24)30 (18)
Marokkaans12 (9)6 (7)58 (24)16 (18)
Surinaams63 (25)25 (17)118 (32)117 (33)
Antillen/Aruba12 (13)6 (9)16 (22)21 (32)

Bron: Nederlandse Hartstichting, 2010

  • Voor zover nu bekend is worden de verschillen tussen bevolkingsgroepen waarschijnlijk veroorzaakt door een combinatie van genetische factoren en leefstijlfactoren, zoals therapietrouw en gebruik van zorg.
  • Risicofactoren:
    • Diabetes:
      • De prevalentie van DM is 2-4 keer hoger onder Nederlanders van Hindoestaans-Surinaamse, creools-Surinaamse, Marokkaanse en Turkse afkomst dan onder mensen met een Nederlandse achtergrond. Bovendien ontstaat de ziekte bij hen op relatief jonge leeftijd.
      • Wereldwijd komt DM veruit het vaakst voor bij Zuid-Aziaten. In Nederland is de prevalentie onder Hindoestanen van 35-60 jaar 25%.
      • Ook onder ouderen zijn de prevalentie verschillen groot: Marokkaanse en Hindoestaans Surinaamse ouderen: 33%, Turkse ouderen: 25% en Antilliaanse ouderen: 20%. Ouderen met een Nederlandse achtergrond: 10%.
      • Naast een genetische aanleg spelen overgewicht met een ongunstige vetverdeling, en gebrek aan lichaamsbeweging een grote rol.
      • Ook zijn er aanwijzingen dat migratie als stressfactor kan leiden tot het ontstaan van metabole ziekten zoals DM.
      • Zie verder onder Diabetes.
  • Hypertensie

Prevalentie van Hypertensie naar afkomst, Bron: Helius studie 2015

NederlandsMarokkaansTurksHindoestaans SurinaamsAfro-SurinaamsGhanees
33,7%23,9%30,7%42,3%47,1%61,6%
  • Bij mensen van West-Afrikaanse afkomst en uit zuidelijk Afrika begint de hypertensie vaak op jongere leeftijd, stijgt deze sneller met de leeftijd en geeft deze eerder en ernstiger complicaties (o.a. nierschade).
    • Verhoogde vaatcontractiliteit en grotere zoutgevoeligheid spelen een rol.
    • Bij vrouwen in de reproductieve leeftijd (30-40 jaar) is een snelle stijging van de prevalentie aangetoond.
  • Hypercholesterolemie

Prevalentie hypercholesterolemie en lipidenspectrum naar afkomst onder 35-60 jarigen in NL

NederlandsHindoestaans-SurinaamsAfro-Surinaams
Hyper cholesterolemie

– laag HDL

– hoog Triglyc

 

22%

6%

8%

 

13%

19%

15%

 

8%

4%

3%

Bron: RIVM 2014 (Sunset studie, 2001-2003)

Vooral opvallend is het ongunstige lipidenprofiel bij veel Hindoestaanse Surinamers: te lage HDL en te hoge triglyceriden bij normale totaal cholesterol en LDL waarden.

  • Leefstijlfactoren
    • Overgewicht komt bij alle migrantengroepen vaker voor dan bij mensen van Nederlandse afkomst, ook op jonge leeftijd; het wordt vaak gezien als een teken van gezondheid, rijkdom en schoonheid.
    • Overgewicht komt wel minder vaak voor onder de tweede generatie niet-westerse migranten, vooral onder hen die de Nederlandse taal goed beheersen.
    • Lichaamsbeweging is bij veel migranten geringer dan bij mensen van Nederlandse afkomst. Praktische barrières kunnen liggen in het gebrek aan kinderopvang, geen gescheiden sportfaciliteiten of gebrek aan financiële middelen.
    • Voeding: het dieet van een groot deel van de niet-westerse migranten in Nederland voldoet niet aan de Richtlijn Gezonde Voeding.
    • Wel eten Turkse en Marokkaanse mensen in het algemeen meer groente en fruit dan mensen van Nederlandse afkomst.
    • Mensen met een Surinaamse achtergrond hebben een heel eigen voedingspatroon, ook als zij al lang in Nederland wonen. Dit patroon wordt gekenmerkt door veel rijst- en noodle-gerechten, kip, vis en frisdrank.
    • Roken: Vooral Turkse mannen roken veel meer dan mensen met een Nederlandse achtergrond. Bij Marokkanen is het aandeel rokers juist minder dan bij mensen met een Nederlandse achtergrond, dit geldt ook voor jongeren.
  • Ongeveer de helft van de Surinaamse mensen van 30–60 jaar lijdt aan het metabool syndroom en heeft dus een sterk verhoogd risico op Hart- en Vaatziekten (HVZ).
  • Criteria voor de diagnose metabool syndroom volgens de Internationale Diabetes Federatie: 1ste criterium positief plus twee van de andere vier criteria positief.
1BMI te hoog of

middelomtrek te groot

 ≥ 30 kg/m2 of

≥ 94 cm bij Europese mannen, ≥90 cm bij Hindoestaanse mannen

≥ 80 cm bij Europese en Hindoestaanse vrouwen

2HDL te laag≤ 1.03 mmol/l bij mannen

≤ 1.29 mmol/l bij vrouwen

3Triglyceriden te hoog≥ 1.7 mmol/l
4Bloeddruk te hoogSystole  ≥ 130 mmHg of diastole ≥ 85 mmHg
5Nuchter glucose te hoog≥ 5.6 mmol/l
  • De complicaties van hypertensie bij mensen van West-Afrikaanse afkomst en uit zuidelijk Afrika zijn met name nierschade en hersenbloedingen, vaak al op jonge leeftijd.
  • Bij deze hypertensie speelt verhoogde vaatdoorlaatbaarheid een rol en niet zozeer atherosclerose. Dit kan leiden tot aanvallen van voorbijgaande, vaak dubbelzijdige, neurologische uitval die atypisch zijn voor TIA’s, en daardoor vaak niet herkend worden (kortdurend doof linker been, dan rechter been, dan duizelig). Deze berusten op bloedinkjes intracerebraal (‘microbleed’). Bloedverdunners zijn dan gecontra-indiceerd.
  • Case finding
    • De risicotabellen uit de NHG standaard zijn niet goed toepasbaar op niet-westerse migranten. Bij hen kunnen andere risicofactoren (zoals overgewicht en hypertriglyceridemie) een grotere bijdrage leveren aan de risicoschatting.
    • Begin bij mensen van niet-westerse afkomst op jongere leeftijd met het opstellen van een cardiovasculair risicoprofiel, als volgt:
      • Bepaal jaarlijks bij Zuid-Aziatische (Hindoestaanse) mensen en bij mensen van West-Afrikaanse afkomst of uit zuidelijk Afrika vanaf hun 30ste jaar: bloeddruk, BMI, middelomtrek, glucose, en lipiden (criteria voor metabool syndroom).
      • Controleer jaarlijks de bloeddruk van vrouwen van West-Afrikaanse afkomst of uit zuidelijk Afrika in de vruchtbare leeftijd.
      • Bepaal bij Turkse en Marokkaanse Nederlanders vanaf het 45e jaar elke drie jaar het glucosegehalte.
  • Behandeling
    • Geef een absoluut zoutverbod bij hypertensie en zoek naar metaforen waardoor patiënt dit begrijpt en accepteert, bv. dit is de zoutziekte – vergelijking met suikerziekte.
    • Hypertensie wordt bij patiënten met wortels in West-Afrika en uit zuidelijk Afrika behandeld met diuretica en calciumantagonisten. Betablokkers hebben hier geen plaats.
    • Vanwege de mogelijk verhoogde vaatdoorlaatbaarheid, met kans op kleine hersenbloedinkjes (‘microbleed’) bij sommige ernstige vormen van hypertensie, is het geven van bloedverdunners bij mensen van West-Afrikaanse afkomst en uit zuidelijk Afrika risicovol. Een duidelijke richtlijn hierover ontbreekt nog.
    • Hoewel nu meer niet-westerse migranten zich bewust zijn van hun hypertensie dan 10 jaar geleden, en daarvoor ook behandeld worden, lukt het minder goed dan bij mensen met een Nederlandse achtergrond om de hypertensie onder controle te krijgen.
    • Mensen van Aziatische afkomst kunnen een genetisch bepaald langzaam metabolisme hebben, waardoor cholesterolverlagers eerder bijwerkingen geven zoals spierafbraak of nierfunctiestoornissen. (Dit is aangetoond voor Rosuvastatine). Het advies is om laag te doseren.
  • Voorlichting en educatie
    • Geringe gezondheidsvaardigheden
      • Houd rekening met eventueel bestaande beperkte gezondheidsvaardigheden, pas adviezen aan aan taal- en begripsniveau. Zie ook Gezondheidsvaardigheden en laaggeletterdheid.
      • Zelfmanagement van risicofactoren verloopt niet vanzelf goed, intensieve begeleiding is nodig, zoals door een gespecialiseerde praktijkondersteuner.
      • Schakel bij taalproblemen een professionele tolk in.
    • Therapietrouw bevorderen
      • Besteed aandacht aan cultureel bepaalde opvattingen over oorzaken en gevolgen van de aandoening, en aan de beleving van ziekte en medicatie.
      • Benadruk het belang van medicatie, ook wanneer de bloeddruk, glucose of cholesterol­waarden zijn genormaliseerd.
      • Er kan angst zijn voor bijwerkingen van medicatie, geef hier aandacht aan.
      • Realiseer u dat er mogelijk huismiddeltjes gebruikt worden als vervanging van de voorgeschreven medicatie.
    • Leefstijl en zelfmanagement
      • Veranderen van leefstijl blijkt juist bij niet-westerse bevolkingsgroepen erg moeilijk. Dit kan komen doordat de adviezen als strijdig met de eigen culturele opvattingen worden ervaren.
      • Ga dus bij leefstijl adviezen na wat de belemmerende factoren kunnen zijn en houd hiermee rekening.
      • Spreek concrete en haalbare doelen af.
    • Verwijzen
      • Zoek naar een beweegprogramma in de wijk.
      • Verwijs naar diëtiste met aandacht voor de specifieke wensen van de doelgroep.
      • In veel wijken zijn voorlichtingsbijeenkomsten over risicofactoren voor HVZ, soms ook specifiek gericht op niet-westerse bevolkingsgroepen.

Zie hoofdstuk Materialen op deze website voor Bewegen, dieet/eten, diabetes, hartproblemen, gezondheidsvaardigheden.

CVRM, Cardiovasculair risico, hart- en vaatziekten, HVZ, hypertensie, metabool syndroom, bloeddruk, diabetes, zout, Afrika, Hindoestanen, Suriname, Antillianen, Ghana, Nigeria