1.  De meest relevante punten
  • Oudere migranten hebben dezelfde problemen als oudere autochtonen uit de lagere sociaal-economische klassen.
  • Specifieke problemen van oudere migranten zijn beperkte beheersing van de Nederlandse taal en minder kennis over gezondheid en gezondheidszorg.
  • Veel oudere migranten zijn analfabeet. Meer dan een derde van alle eerste generatie niet-westerse migranten in Nederland is laaggeletterd.
  • Oudere migranten ervaren hun gezondheid als slechter dan autochtone ouderen, en hebben ook daadwerkelijk een slechtere gezondheid. Klachten beginnen vaker op jongere leeftijd.
  • Vanwege taalproblemen, gebrek aan kennis en onwetendheid over de mogelijkheden binnen de Nederlandse zorg worden diagnoses zoals dementie bij oudere migranten vaak in een later stadium gesteld.
  • Ook indicatiestellingen zoals voor thuiszorg en voorzieningen verlopen vaak trager.
  • Therapie-ontrouw komt bij oudere migranten vaak voor door gebrek aan kennis over het eigen lichaam en onbekendheid met de werking van medicijnen.

In Nederland woonachtige bevolking van 65 jaar en ouder naar herkomstgroepering, per mei 2014

HerkomstgroepAantal mannenAantal vrouwen
Autochtoon1.140.6351.401.419
Westerse allochtoon125.692154.766
Niet-westerse allochtoon48.55347.959
Waarvan uit
China1.5411.491
Marokko12.7337.340
Antillen/Aruba2.9204.119
Suriname11.09914.918
Turkije10.5659.963
Irak1.058989
Iran790712
Afghanistan737774

Bron: CBS, statline mei 2014

Prognose bevolking 65 jaar en ouder, mannen en vrouwen

201420202050
Autochtoon2.542.0542.918.2433.625.059
Westerse allochtoon280.458329.418460.610
Niet-westerse allochtoon96.512143.443599.960

Bron: CBS, statline (dec 2012)

  • Uit de tabel blijkt dat het aantal ouderen van 65+ met een niet–westerse achtergrond sterk groeit, veel sterker dan het aantal autochtonen en het aantal ouderen met een westerse migrantenafkomst.
  • Het betreft niet alleen de bekende groepen migranten als Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen/Arubanen maar ook Molukse en Chinese ouderen en vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië, Iran, Irak, Afghanistan en Somalië.
2.1  Opvattingen over ouderdom
  • Oudere migranten zijn kwetsbaarder dan autochtone ouderen, hetgeen zich vooral uit in een op jongere leeftijd ‘oud’ zijn. Zo zijn veel migranten al vanaf 55 jaar ‘oud’.
  • De verhoogde kwetsbaarheid is deels een ‘erfenis’ die mensen meebrengen uit hun land van herkomst zoals zware omstandigheden waaronder men is opgegroeid, aan de andere beleving van ouderdom, gezondheid en ziekte en aan de rol van familie en gemeenschap.
  • In de meeste migrantengemeenschappen bestaan beelden over ouderdom en oud worden die anders zijn dan in Nederland gebruikelijk. Zowel ouderen als kinderen beschouwen de ouderdom als een verdiende periode van rust. De ouderen hebben hard gewerkt, het is tijd dat de kinderen voor hun ouders zorgen. Belangrijke besluiten worden aan de kinderen over gelaten. Ook het geloof kan van invloed zijn op het denken over de ouderdom.
  • Autochtone ouderen willen in het algemeen tot op hoge leeftijd de regie voeren over hun eigen leven en zelfredzaam zijn. De recente invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de veranderingen in de AWBZ steunen op de visie dat ouderen mondige en zelfredzame burgers zijn en zo lang mogelijk zelfstandig moeten wonen.
  • Vaak delen de kinderen de opvattingen van de ouderen over een verdiende, verzorgde oude dag. De wens om voor hun ouders te zorgen botst vaak op de weerbarstige werkelijkheid van alle dag. Man en vrouw werken vaak allebei. Ze hebben zelf weer kinderen, die ze opvoeden. Het wordt steeds moeilijker om te voldoen aan de verwachtingen van de ouders en hun eigen gevoel van zorgverplichting om voor hun ouders te zorgen.
2.2  Gezondheidsklachten
  • Oudere migranten ervaren hun gezondheid als slechter dan autochtone ouderen.
  • Ongeveer een derde van de Turkse, Marokkaanse en Surinaamse ouderen beoordeelt de eigen gezondheid als slecht, tegenover 12% van de autochtone ouderen. Uitzondering zijn de Antilliaanse/Arubaanse ouderen, waarvan slechts 5% hun gezondheid als slecht ervaart.
  • De ervaren gezondheid van Somalische, Irakese, Iraanse en Afghaanse vluchtelingen tussen 45 en 64 jaar is minder goed dan van hun autochtone leeftijdgenoten.
  • Het doorgemaakte migratieproces, de (doorgaans lage) sociaal-economische positie in de Nederlandse samenleving en een beperkte mate van culturele en sociale integratie hangt veelal samen met de ervaren gezondheid.
  • Oudere migranten hebben in vergelijking met autochtone ouderen daadwerkelijk een slechtere gezondheid. Klachten beginnen op relatief jongere leeftijd. Dat heeft deels te maken met het arbeidsverleden, maar ook met de migratiegeschiedenis, leefstijl en sociaal-economische omstandigheden. Beroepsziekten als asbestose en mesothelioom bijvoorbeeld zijn een rechtstreeks gevolg van het werk waarvoor migranten destijds naar Nederland zijn gehaald (werken in de schoonmaak).
  • Suikerziekte en hoge bloeddruk komen in alle migrantengemeenschappen, behalve bij de Molukse ouderen, meer voor dan bij autochtone ouderen.
  • In Amsterdam werd bij één op de drie Hindoestaanse Surinamers en bij één op de vijf Creoolse Surinamers van 45-60 jaar diabetes geconstateerd. Verklaringen worden gezocht in genetische factoren, maar ook in verschillen in leefstijl.
  • De meeste vormen van kanker komen minder vaak voor onder oudere migranten, een uitzondering is longkanker bij Turkse mannen. De verwachting is dat, als gevolg van de vergrijzing, de komende jaren het voorkomen van kanker onder migranten zal toenemen.
  • Een aantal fysieke aandoeningen, zoals migraine/ernstige hoofdpijn, gewrichtsproblemen, aandoeningen van de rug, duizeligheid en vallen, komen onder Surinaamse, Marokkaanse en Turkse ouderen vaker voor dan bij hun autochtone leeftijdgenoten.
  • Turkse en Marokkaanse ouderen hebben ook meer moeite met ADL en HDL activiteiten en met mobiliteit.
2.3  Psychische/psychiatrische klachten
  • Met name bij ouderen en bij vrouwen is de psychische gezondheid van migranten gemiddeld minder goed dan bij autochtonen.
  • Depressieve symptomen komen veel voor. De hoogste prevalentie ligt bij Turkse vrouwen van 65 jaar en ouder.
  • Bij oudere vluchtelingen uit Somalië, Afghanistan en Irak komen veel angstklachten voor.
  • Vaak wordt gezegd dat oudere migranten ‘somatiseren’. Zij willen liever niet praten over psychische klachten omdat daarop een taboe rust of uit angst voor geroddel binnen de gemeenschap. Vaak kunnen zij hun psychische klachten ook niet benoemen.
  • Woorden als depressie en dementie komen niet in alle talen voor. Klachten worden dan geformuleerd door te verwijzen naar rugpijn, buikpijn of hoofdpijn.
  • Taalproblemen maken het benoemen van klachten nog veel ingewikkelder.
2.4  Dementie
  • Het aantal migrantenouderen met dementie stijgt de komende jaren tweemaal zo snel als onder autochtone ouderen (Stichting Alzheimer Nederland).
  • Herkennen van dementie en het op maat begeleiden en ondersteunen is lastig in verband met taalproblemen, laaggeletterdheid en culturele verschillen. Symptomen worden vaak toegeschreven aan het ouder worden en niet herkend als symptoom van een ziekte. Door vaak latere diagnosestelling krijgen migranten met dementie pas later in het ziekteproces ondersteuning.
  • Zie verder onderwerp Dementie
2.5  Diagnostiek
  • Taalproblemen spelen bij diagnostiek een belangrijke rol.
  • Oudere migranten hebben vaak een groot gebrek aan kennis over het eigen lichaam waardoor zij hun klachten niet helder kunnen benoemen.
  • De vraag achter de aangegeven klachten is voor hulpverleners vaak niet makkelijk te herkennen. De screeningsprotocollen zijn toegesneden op de doorsnee autochtone oudere en houden te weinig rekening met culturele achtergrond en taalproblemen. Dit geldt voor vele ziektebeelden. Bij dementie is de problematiek extra klemmend.
  • De diagnostiek in verband met indicatiestelling vindt bij oudere migranten vaak onvoldoende onderbouwd plaats, waardoor er veel verkeerd gaat bij de toekenning van indicaties.
  • Oudere migranten hebben problemen met het invullen van de benodigde formulieren.
  • Bij telefonische indicatie doen zich taalproblemen voor of men geeft onduidelijke antwoorden omdat men de reikwijdte van het gesprek niet kan overzien.
  • Er worden te weinig huisbezoeken afgelegd. De indicatiestellers hebben te weinig inzicht in de (on)mogelijkheden van de mantelzorgers.
2.6  Gebruik van zorg
  • Oudere migranten en vluchtelingen doen relatief vaker een beroep op de huisarts.
  • Dit geldt voor vrijwel alle groepen migrantenouderen, met uitzondering van de Molukse en Indische ouderen. Deze laatsten hebben vaak een hoge pijngrens en willen artsen ‘niet tot last zijn’.
  • Kaapverdiaanse ouderen, vaak de ‘stille’ migranten genoemd, stellen zich ook zeer bescheiden op en zoeken vaak hulp in Portugal vanwege de taal.
  • In veel contacten tussen de zorg en oudere migranten en vluchtelingen is sprake van communicatieproblemen, andere verwachtingen van de zorg en gebrek aan wederzijds vertrouwen en begrip.
  • Vooral bij pijnklachten waarvoor geen medische oorzaak wordt gevonden kunnen patiënten blijven terugkomen met dezelfde klachten.
  • Gebruik van ziekenhuis en medisch specialist is daarentegen lager bij Turkse en Marokkaanse ouderen, maar hoger bij de oudere vluchtelingen uit Iran, Irak, Somalië en Afghanistan.
  • Het gebruik van de GGZ is alleen bij vluchtelingenouderen hoger dan bij autochtone ouderen.
  • Informele zorg; wanneer hulp nodig is hechten oudere migranten erg aan de zorgplicht van kinderen voor hun ouders.
    • Er wordt relatief weinig gebruik gemaakt van de thuiszorg en van intramurale zorgvoorzieningen.
    • Met de komst van meer thuiszorgaanbieders uit eigen gemeenschappen en het oprichten van meer cultuursensitieve verpleegafdelingen wordt de drempel voor gebruik lager.
  • Het traditionele beeld dat migrantenfamilies de zorg voor de ouderen onderling wel oplossen verandert in hoog tempo. De kinderen vernederlandsen. Hun tijd is beperkt door werk, opleiding, de zorg voor eigen kinderen en huishouden.
  • De ouderen vernederlandsen zelf ook. Zij willen soms ook niet meer dat de kinderen dag en nacht voor hen klaar staan.
  • Door gebrek aan kennis overculturele gewoonten en de misvatting dat in migrantenfamilies geen hulp van buitenaf gewenst is, wordt door zorgverleners vaak niet gezocht naar passende ondersteuning. Bij visite van de huisarts kan de hele kamer bijvoorbeeld vol zitten met familieleden die uit beleefdheid zijn opgetrommeld, maar verder geen zorg geven. De huisarts kan dan denken dat er toch genoeg hulp is en niet verder zoeken naar hulp of  begeleiding.
  • De voorlichting over de toegang tot de voorzieningen bereikt migrantenouderen niet of nauwelijks. Zij weten niet waar zij moeten zijn voor het aanvragen van ondersteuning, àls zij al op de hoogte zijn dat er voorzieningen zijn die wellicht voor hen geschikt zijn.
  • Zie Mantelzorg
2.7  Medicijngebruik
  • Medicijngebruik is een gecompliceerde zaak bij oudere migranten.
  • Therapie-ontrouw komt vaak voor door onbegrip of onvermogen. Door gebrek aan kennis over het eigen lichaam en onbekendheid met de werking van medicijnen gaat men vaak slordig om met de voorschriften rond het innemen van medicijnen. Men gaat pas medicijnen nemen als er klachten zijn, (chronisch) medicijngebruik ter preventie van symptomen is veelal onbekend.
  • De ouderen zelf zijn niet of nauwelijks in staat de voorgeschreven medicijnen en hoeveelheden goed te controleren, mede door de wisselende verpakkingen voor hetzelfde medicijn.
  • Vaak wordt een combinatie gebruikt van hier voorgeschreven medicijnen met medicijnen verkregen van artsen/alternatieve genezers in het land van herkomst, alternatieve genezers binnen de eigen gemeenschap hier, of van anderen, bij wie het medicijn goed heeft gewerkt.
  • Extra aandacht voor de uitleg van medicatie-inname, ook tijdens de ramadan, is erg belangrijk; bij analfabete ouderen kan visueel materiaal de uitleg ondersteunen (zie beeldmateriaal medicijngebruik).
2.8  Voorlichting en zelfmanagement
  • Ook oudere migranten hebben behoefte aan kennis en verdereontwikkeling. Daarbij gaat het vooral om informatie ophet gebied van voorzieningen, regelgeving en financiën.
  • Ook bestaat grote behoefte aangezondheidsvoorlichting. Een groot aantal van de oudere migranten is echter niet of nauwelijks naar school geweest en spreekt de Nederlandse taal nog slecht. Het is daarom van belang om aangepaste vormen van kennisoverdracht, die aansluiten bij het kennisniveau en de leefwereld van de ouderen. te gebruiken.
    Toch leert een groeiend aantal oudere migranten gebruik te maken van de computer en internet. Zij lopen daarin nog sterk achter bij de Nederlandse ouderen. Financiën vormen een belemmering, evenals analfabetisme en gebrekkige beheersing van het Nederlands.
2.9  Bewegen en voeding
  • Migrantenouderen zijn inactiever dan autochtone ouderen en doen minder vaak aan sport. Vooral degenen die niet naar school zijn geweest kennen het fenomeen sport niet.
  • Het besef dat bewegen preventief kan werken en (meer) gezondheidsproblemen kan voorkomen is weinig doorgedrongen.
  • Het voedingspatroon is op een aantal vlakken (m.n. groente en fruit) gezonder dan van autochtonen.
  • De sociale waarde van voeding is zo belangrijk dat er vaak (gevarieerde) gerechten worden gemaakt en aangeboden. Dit maakt dat veel migrantenouderen overgewicht hebben.
  • Turkse en Marokkaanse, maar ook Surinaamse en Antilliaanse, ouderen rapporteren vaak klachten aan het bewegingsapparaat. Deze hebben deels te maken met het zware werk dat men heeft verricht in de industrie en de schoonmaakbranche en deels met overgewicht en gebrek aan beweging in het dagelijks leven.
3.1  Sociaal-economische situatie

       Opleiding

  • Doorgaans een lager opleidingsniveau dan autochtone ouderen.
  • Een groot deel heeft geen of alleen lager onderwijs gehad. Dit vraagt extra aandacht van zorgprofessionals.
  • Ruim 80% van de oudere Marokkaanse mannen en nagenoeg alle Marokkaanse oudere vrouwen zijn analfabeet.
  • Veel Turkse ouderen, met name de vrouwen, hebben geen onderwijs gevolgd.
  • Ongeveer 60% van alle Turkse en Marokkaanse ouderen heeft moeite met het voeren van een gesprek in het Nederlands.
  • Het opleidingsniveau van Surinaamse en Antilliaanse ouderen ligt aanzienlijk hoger, vooral bij de mannen. Toch zijn er ook onder hen ouderen die moeite hebben met de Nederlandse taal.
  • De gebrekkige beheersing van het Nederlands geeft problemen in de communicatie met de overheid en maatschappelijke instellingen. De stroom aan post en verwijzingen naar internet groeit en stelt vooral oudere migrantenvrouwen voor problemen.

       Inkomen en financiële zekerheid

  • De financiële positie van oudere migranten is gemiddeld slechter dan van autochtone ouderen: 67% van de Turkse, 86% van de Marokkaanse, 31% van de Surinaamse en 42% van de Antilliaanse/Arubaanse ouderen heeft een laag inkomen; bij de autochtone ouderen is dit 11%.
  • Veel oudere migranten hebben een onvolledig AOW, meestal aangevuld tot bijstandsniveau, en vaak geen of een laag pensioen.
  • Bij oudere migranten is dikwijls grote ‘onderconsumptie’ van aanvullende bijstand, bijzondere bijstand en andere tegemoetkomingen en voorzieningen.

       Woonsituatie

  • Veel oudere migranten wonen in de grote steden.
  • Vanwege hun beperkte financiële mogelijkheden zijn zij woonachtig in huizen in het goedkoopste segment van de woningmarkt in de oude wijken, waar zich een cumulatie aan problemen voordoet.
  • Veel oudere migranten wonen in een flat zonder lift, terwijl bij hen juist veel mobiliteitsproblemen voorkomen.
  • Vaak sluiten de woonvoorzieningen onvoldoende aan op de wensen die men heeft. Turkse en Marokkaanse ouderen beschikken graag over een afgesloten keuken, een bidet in de badkamer, een gescheiden douche en toilet, de mogelijkheid voor mannen en vrouwen om apart te zitten en een logeerkamer (met het oog op ontvangst van familie die vaak van ver komt).
  • Oudere migranten maken veel minder dan Nederlandse ouderen gebruik van regelingen om hun woning aan te laten passen omdat ze er niet van op de hoogte zijn of de weg niet weten om de aanvraag in te dienen.
3.2  Zinvolle dagbesteding
  • Het beeld bestaat dat oudere migranten geen vrijwilligerswerk doen.
  • Zij zijn wel actief, maar benoemen deze bezigheden niet als vrijwilligerswerk.
  • Zij zijn actief in de informele zorg binnen de familie en de gemeenschap.
  • Hun maatschappelijke bijdrage is vaak niet zichtbaar, omdat deze met name plaatsvindt binnen de eigen kring, via bijvoorbeeld de moskee, een zelforganisatie of een dansgroep.
3.3  Waarden en inspiratie

       De band met het land van hun jeugd – heimwee

  • Terugdenken aan en praten over ‘vroeger’ vinden veel, ook migranten, ouderen prettig.
  • Jarenlang dachten oudere migranten ‘later’ terug te gaan naar het land van herkomst. In brede kring dringt het besef door dat dit voor de meesten niet het geval zal zijn.
  • De band met het land van hun jeugd houden zij levend door regelmatig verblijf aldaar, zolang de gezondheid dat toelaat.
  • De familiezorg is per definitie grensoverschrijdend en ook door de zorgverplichtingen voor achterblijvers in het land van herkomst blijft de band actueel. Bij rampen en calamiteiten in herkomstland tonen de oudere migranten een grote betrokkenheid.
  • Heimwee is vaak voelbaar aanwezig. Sommigen hebben geleerd dat te hanteren, maar voor anderen groeit de heimwee met de jaren. Dat kan, jaren na de migratie, leiden tot depressie.
  • Voor familie en zorgverleners kan het ingewikkeld zijn heimwee te herkennen, omdat de bron zover terug ligt.
  • De onderlinge contacten tussen voormalige land- of streekgenoten nemen op oudere leeftijd een steeds belangrijkere plaats in. Ontmoetingsactiviteiten met ouderen die dezelfde culturele achtergrond zijn daarom belangrijk, zoals bv. inloop- en dagverzorgingsprojecten van zorginstellingen in de grote steden. Dit omdat:
    • ouderen bij elkaar komen in een voor hen herkenbare omgeving, gezamenlijke activiteiten ondernemen en traditionele gerechten eten;
    • zij er terecht kunnen met hun vragen over praktische zaken (formulieren!);
    • in de gaten wordt gehouden of ze hun medicijnen goed innemen en of ze voldoende eten en drinken;
    • in een vroeg stadium eventuele problemen gesignaleerd kunnen worden;
    • het een goede manier is om kennis te maken met zorginstellingen.

       Cultureel erfgoed

  • Hebben kleinkinderen van autochtone ouderen al nauwelijks een beeld bij het leven van hun grootouders vroeger, voor de kleinkinderen van de oudere migranten geldt dat nog meer. Zij zijn vaak in Nederland geboren en hebben vaak weinig binding met het land van herkomst van hun grootouders.
  • Oudere migranten hebben vaak behoefte om tradities en gebruiken vast te houden en mee te geven aan de jongere generaties.
  • Ook werken zij in de regel graag mee aan multiculturele activiteiten om daar Nederlandse bezoekers kennis te laten maken met hun cultuur.

Leven voor de kinderen

Voor veel oudere migrantenvrouwen heeft het leven altijd in het teken gestaan van de zorg voor anderen. Zij zorgen voor hun (vaak oudere) man, ze passen op de kleinkinderen en springen op allerlei manieren bij in de gezinnen van hun kinderen. Met name in meer traditionele gemeenschappen betekent dat, dat vrouwen weinig voor zichzelf (kunnen) organiseren.

       Verdieping in het geloof

  • Veel oudere migranten vinden inspiratie in hun geloof en zijn veelal meer praktiserend gelovig dan autochtone ouderen.
  • Het dagelijks leven is voor velen vanuit de traditie verweven met de religie.
  • Nu er meer tijd beschikbaar komt kan het geloof en ook de plaats waar het geloof beleden wordt, kerk, moskee, tempel, belangrijker worden.
  • Gebruiken rond het geloof, zoals vasten en bidden, maar ook rituele reiniging en het brengen van offers, worden zorgvuldiger nagekomen. Studie van de heilige boeken, al dan niet onder leiding van een geestelijke, imam of pandit biedt houvast in het proces van ouder worden en het duiden van de maatschappelijke ontwikkelingen.

       De invloed van de gemeenschap

  • De sociale controle is groot. Dat maakt dat minder makkelijk hulp van buitenaf wordt ingeschakeld bij ziekte of ouderdom.
  • Ouderen camoufleren het (noodgedwongen) gebrek aan hulp van de kinderen, zodat er geen kwaad gesproken zal worden.
  • Bepaalde ziekten (kanker, psychische problemen, dementie) worden niet kenbaar gemaakt uit angst dat anderen er een oordeel over hebben.
  • Omdat men minder gewend is zich individueel op te stellen is de invloed van de gemeenschap op eigen besluiten groot.
  • Hootzen MM, Rozema N, Grondelle NJ van (2012). “Zorgen voor je ouders een manier van leven”. Een kwalitatief onderzoek onder mantelzorgers van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse ouderen met dementie”. Utrecht: Pharos
  • Heygele Y, e.a. (2009). Baigaimana-hoe gaat het? Een verkenning van kwetsbaarheid van oudere migranten in het kader van het nationaal ouderenprogramma. Utrecht: NOOM
  • Migratie en gezondheid in cijfers (2012). Utrecht: Stichting Pharos
  • Denktaş S (2011). Health and Health care use of elderly Immigrants in the Netherlands. A comparative study. PhD Thesis. Rotterdam: Erasmus University
Websites

Veel zelforganisaties van oudere migranten zijn vertegenwoordigd in het NOOM, Netwerkorganisatie Van Oudere Migranten, een initiatief van CSO (Centrale Samenwerkende Ouderenorganisaties), LOM (Landelijk Overleg Minderheden) en RTOM (Ronde Tafel Overleg Oudere Medelanders).

Zie ook www.netwerknoom.nl/trainingen voor valpreventie, geheugentraining, beweging tai-chi, familiezorg, dementiezorg, wonderen met weinig geld (tips) Voor ouderen met een migrantenachtergrond zijn er diverse organisaties die hulp en ondersteuning kunnen bieden. Ze organiseren bijvoorbeeld voorlichtingsbijeenkomsten en maken voorlichtingsmateriaal in de eigen taal. Ze kunnen ook helpen met het zoeken naar goede zorg.

  • Fos’ten (stichting Surinaamse vrouwen 50+)
  • IOC (Inspraak Orgaan Chinezen)
  • MOBiN (Marokkaanse Ouderen Bond in Nederland)
  • NEHOB (Nederlandse Hindoe Ouderenbond)
  • IOT (Inspraak Orgaan Turken)
  • www.lize.nl (Landelijk Inspraakorgaan Zuid-Europeanen)
  • www.lsmo.nl (Landelijke stuurgroep Molukse Ouderen)
  • www.ocan.nl (overlegorgaan Caribische Nederlanders)

Oudere migranten, kwetsbare oudere migranten, dementie, familiezorg, informele zorg