Home / Cultuur en gezondheid / Islam en gezondheid
  • Islam en gezondheid

Islam en gezondheid

1.  De meest relevante punten

  • De Ramadan kan voor zieken, zwangere vrouwen, jonge kinderen en bejaarden een bedreiging voor de gezondheid vormen. Zij zijn niet verplicht te vasten, maar doen dit vaak toch. Zie ook onderwerp Ramadan.
  • Veel Moslima’s vinden een regelmatig menstruatie belangrijk als periode van rust en reinheid. De hormoonhoudende spiraal (Mirena) en prikpil hebben bij hen dan niet de voorkeur i.v.m. de vaak optredende amenorroe. Soms echter wordt uitstel van de menstruatie gewenst bv tijdens de Hadj.
  • Suïcide en suïcidaliteit zijn voor veel moslims taboe. Een moslim zal suïcidale gedachten niet snel met een arts delen en kan worstelen met schuld- en schaamtegevoelens en het gevoel geen goede moslim te zijn.
  • Onder een deel van de moslims is het gewoon om ziekten een bovennatuurlijke oorzaak toe te kennen, zoals geesten en ‘djins’, het boze oog of magie.
  • Bloedtransfusie is toegestaan in de islam, euthanasie niet. De meerderheid van de moslimgeleerden staat orgaandonatie ook toe.
  • In Europa is de islam, na het christendom, de tweede religie van betekenis. In Nederland wonen rond de 900.000 moslims (CBS 2010).
    Islam betekent ‘overgave aan de wil van Allah’. Er is voor een moslim geen andere God dan Allah en Mohammed is zijn profeet. Mohammed, geboren in Mekka in het jaar 570, kreeg 23 jaar lang openbaringen via de Engel Gabriël van God, welke zijn opgetekend in de Koran. Een moslim gelooft dat Allah alles heeft voorbeschikt en dat alles wat een mens overkomt een bedoeling heeft. Allah beschikt, niet de mens. De mens moet bescheiden zijn. Er is binnen de islam niet één centraal bepaald leergezag (zoals bv in de Katholieke kerk). De uitleg van de Koran kan verschillen tussen verschillende stromingen van de islam en tussen verschillende imams.
  • De imam is voorganger en fungeert als leider van de moslimgemeenschap en geeft advies en uitleg over de islamitische wetten en zeden.
    Meestal is hij verbonden aan een bepaalde moskee. Op vrijdagmiddag houdt de imam een preek. De imam sluit huwelijken, leidt begrafenissen en verricht rituele handelingen tijdens de Ramadan. Hij kan worden ingeschakeld bij problemen in het gezin of binnen de gemeenschap, gaat op ziekenbezoek, begeleidt stervenden en is aanwezig bij het wassen van een overleden mannelijke moslim.
  • Het gebed: een moslim bidt vijf keer per dag, op vaste momenten gebaseerd op de positie van de zon, met het gezicht naar Mekka. Dit kan in de moskee, maar ook op een andere plek. Bidden gebeurt met de schoenen uit en vrouwen moeten hun hoofd bedekken. Zij mogen niet bidden als zij menstrueren.
  • Voor elk gebed moet de moslim rein zijn en is een kleine wassing nodig, na geslachts­gemeenschap en menstruatie een grote wassing.
    In het leven van moslims is reinheid heel belangrijk. Alles wat uit het lichaam komt, zoals urine, feces, sperma en (menstruatie)bloed, beschouwt een moslim als zeer onrein. Incontinentie is voor veel moslims extra problematisch omdat zij dan ook onrein zijn en niet kunnen bidden.
    Kleine wassing: handen wassen, mond spoelen, neus reinigen en gezicht en oren wassen, over de haren wrijven, onderarmen en voeten wassen.
    Grote wassing, na geslachtsgemeenschap en menstruatie: handen wassen, intieme delen wassen, de kleine wassing doen, hoofd wassen, vervolgens de rest van het lichaam wassen.
  • Elk jaar in de maand Ramadan vasten de moslims die daartoe in staat zijn vanaf het begin van de dageraad tot zonsondergang, waarbij zij niet eten, drinken, roken en geen seksuele omgang hebben. Eigenlijk onthouden ze zich van alles dat is strijd is met vroomheid zodat het hart en de ziel gereinigd worden. Voor zieken, zwangere vrouwen, jonge kinderen en bejaarden kan het vasten een bedreiging voor de gezondheid vormen. Zij zijn niet verplicht te vasten, maar doen dit vaak toch. Religieuze en sociale motieven spelen hierbij een rol. Zie ook onderwerp Ramadan.
  • De bedevaart naar Mekka, de Hadj, is alleen een verplichting voor diegenen die daar financieel en lichamelijk toe in staat zijn. Zie ook onderwerp Pelgrims naar Mekka (Hadj).
  • De islam is meer dan een godsdienst en beïnvloedt door het grote aantal rituele en sociale voorschriften de manier van leven van een moslim.
  • Voor de moslim is het gezinsleven heel belangrijk. In het traditionele islamitische gezin staat de man aan het hoofd van het gezin. Hij is kostwinner, communiceert met de buitenwereld en beschermt de eer van de familie. De vrouw is verantwoordelijk voor de verzorging van het gezin en voor de opvoeding. Evenals onder andere groepen verschuiven ook bij Moslims deze traditionele rollen naar meer  maatschappelijke activiteiten van de vrouwen. De kinderen moeten respect hebben voor hun ouders, hun best doen en hun ouders verzorgen als deze oud zijn.
    Volgens de Koran zijn mannen en vrouwen gelijkwaardig voor God. Bepaalde kledinggewoontes in sommige moslimlanden zijn vaak een uitdrukking van plaatselijke gewoontes in plaats van godsdienstige principes. Eveneens weerspiegelt de behandeling van vrouwen in sommige gebieden van de moslimwereld vaak culturele gewoontes die niet in overeenstemming zijn met, zo niet tegenovergesteld zijn aan, de oorspronkelijke islamitische leer.
  • Een kleine minderheid van de orthodoxere moslims geven geen hand aan de andere sekse. Het fysieke contact tussen mannen en vrouwen wordt vermeden of zij begroeten elkaar op een andere wijze. Enerzijds is dit terug te leiden op een te voorkomen verleiding tot overspel. Dit berust op de gedachte dat aanraking van de andere sekse seksuele begeerte kan opwekken. Anderzijds kan het aanraken van de andere sekse volgens sommige interpretaties leiden tot verlies van de reinheid.
  • Seksualiteit is binnen de islam alleen toegestaan binnen de kaders van een wettelijk huwelijk voor zowel mannen als vrouwen. De maagdelijkheid van vrouwen bij het huwelijk kan in sommige culturen gezien worden als het ultieme bewijs dat de familie-eer goed beschermd is. Dit kan overigens sterk verschillen per cultuur en land van herkomst. Zie ook onderwerp Maagdenvlies.
  • Homoseksualiteit wordt (evenals in andere godsdiensten) over het algemeen niet geaccepteerd in de islamitische gemeenschap. Vaak worstelen homo-moslims met hun gevoel ten aanzien van God en voelen zich schuldig. Ze lopen bovendien gevaar van uitsluiting door hun gemeenschap.
  • Jongens worden besneden. Het gebruik is ontleend aan Abraham, die besneden werd als teken van zijn verbond met God. De besnijdenis wordt gezien als onderdeel van de natuurlijke aanleg van de mens, evenals het knippen van de nagels en het verwijderen van oksel- en schaamhaar. Soms heeft de besnijdenis een functie als overgangsritueel naar de mannenwereld. Het wordt gevierd met een feestmaal en een optocht. Vanaf 2005 wordt besnijdenis niet meer vergoed door de Nederlandse ziektekostenverzekeringen. In veel grote steden zijn besnijdenisklinieken opgericht waar de besnijdenis onder plaatselijke verdoving wordt uitgevoerd. Zie ook onderwerp Jongensbesnijdenis.
  • Moslims mogen geen varkensvlees eten en eten alleen vlees van dieren die ritueel geslacht zijn.
    Het is verboden om vlees te eten van dieren die op een natuurlijke manier zijn gestorven. Binnen de islam gelden verschillende voorschriften voor het slachten van dieren voor consumptie. Alleen als aan deze voorwaarden wordt voldaan is het vlees rein (halal) voor consumptie. De belangrijkste voorwaarden zijn:

    • De slachtplaats moet rein zijn.
    • De slachter moet zorgdragen voor het comfort van het dier; het slachtmes mag bijvoorbeeld niet zichtbaar zijn voor het dier of in de nabijheid van het dier geslepen worden en het slachten mag niet door andere dieren gezien worden.
    • Het dier wordt met de kop in de richting van Mekka geplaatst.
    • Voordat een dier geslacht wordt, wordt God aangeroepen door de tasmiyya en de takbir uit te spreken. Dit betekent “In de naam van God, God is de Grootste”. Zonder of met verdoving worden in één beweging de halsslagader en de luchtpijp doorgesneden.
  • Volgens de islam zijn alcohol en drugs verboden. De mens moet helder kunnen denken. Over roken bestaat er verschil van mening; volgens sommigen is het afgeraden en volgens sommigen is het verboden.
  • Volgens de islam zijn vrouwen tijdens de menstruatie niet rein. Zij mogen dan geen seksueel contact hebben, zijn in die periode vrijgesteld van vasten (tijdens de Ramadan) en zij mogen volgens sommige interpretaties geen moskee bezoeken. De menstruatie behoort tenminste een dag en een nacht te duren, tot maximaal vijftien dagen. Veel vrouwen ervaren de menstruatie als een periode van rust, een geschenk van Allah.
  • Veel Moslima’s vinden een regelmatige cyclus belangrijk en willen daarom liever geen hormonale anticonceptiva die vaak gepaard gaan met amenorroe, zoals de mirena spiraal en prikpil.
    Overvloedig bloedverlies wordt minder vaak als een probleem gezien dan geen bloedverlies. De enige reden waarom een menstruatie weg kan blijven is een zwangerschap. Daarom zijn hormonale anticonceptiva, die regelmatig gepaard gaan met amenorroe (depo-provera, levonorgestrel bevattend spiraaltje), vaak niet acceptabel.
  • De islam heeft geen eenduidige opvatting over abortus provocatus. De meeste geleerden hebben besloten dat de bezieling de scheidslijn is die bepaalt of een abortus toelaatbaar is of niet. Bij sommigen ligt de grens op het einde van de 4e maand, anderen beperken de periode tot 40 of 50 dagen en weer anderen verbieden elke vorm van abortus. Als het leven of het welzijn van de vrouw in het geding is, is abortus toegestaan.
  • Infertiliteit: Kinderen krijgen wordt als een opdracht beleefd. Niet alleen het paar, maar de gehele familie kijkt uit naar de eerste geboorte. Donorinseminatie is binnen de soenitische islam niet acceptabel, omdat kinderen alleen verwerkt dienen te worden binnen de kaders van een wettelijk huwelijk. Het genetische materiaal van de kinderen moet dan ook van het gehuwde stel zijn. Donorinseminatie wordt in verband gebracht met overspel en ook kan het zorgen voor onduidelijkheid in de lijnen van afstamming. Voor het familierecht (huwelijk, erfenis etc) is een duidelijke lijn van afstamming juist uitermate belangrijk. Binnen de sjiïtische islam wordt er soepeler omgegaan met donorinseminatie en kunnen er voor deze behandeling tijdelijke huwelijke gesloten worden, of kan een embryo worden ‘geadopteerd’.
  • Moslims zoeken de verklaring van psychische aandoeningen soms in de islam.
    Het is de filosofie van de islam dat als men volgens de richtlijnen van de islam leeft, men zijn balans vindt tussen lichaam, geest en verstand. Door middel van het praktiseren van rituelen van de islam, bestaande uit voeding en beschermende elementen, wordt deze balans bereikt. Het genezen van psychische ziekten wordt als net zo belangrijk gezien als het genezen van het lichaam.
  • Onder veel moslims leeft de gedachte dat iemand die voldoende gelooft niet depressief, angstig of suïcidaal kan zijn, accepteert wat Allah hem toebedeelt, niet twijfelt, dankbaar is en beseft dat het in het hiernamaals beter zal zijn. Suïcide en suïcidaliteit zijn taboe. Veel bidden, smeekbedes opzeggen en in de Koran lezen zou verlichting kunnen geven als het toch te zwaar wordt. In dit licht is het begrijpelijk dat een moslim suïcidale gedachten niet snel met een arts zal delen en zal worstelen met schuld- en schaamtegevoelens en het gevoel geen goede moslim te zijn. Het is daarom goed om na te gaan of de patiënt zijn klachten verenigbaar acht met zijn geloof, als ingang om eventuele suïcidale gedachtes bespreekbaar te maken.
  • Onder een deel van de moslims is het gewoon om ziekten een bovennatuurlijke oorzaak toe te kennen, zoals geesten en ‘djins’, het boze oog of magie. Er is binnen de islam volop discussie in hoeverre dit soort opvattingen valt onder de officiële islam, dan wel cultuurgebonden volksgeloof en daarmee ‘haram’, verboden, is. Het is dus niet zo dat elke moslim een bovennatuurlijk verklaringsmodel hanteert en alternatieve genezers wil bezoeken.
  • Moslim patiënten kunnen een islamitisch genezer consulteren voor hun klachten. Deze gaat op zoek naar een bovennatuurlijke oorzaak. Uit onderzoek blijkt dat 80% van de patiënten voorafgaand aan het bezoek aan een traditionele genezer, een arts of reguliere hulpverlener heeft bezocht. Met een uitvoerig gesprek, door observatie of door het gebruik van rituelen probeert een genezer een diagnose te stellen. Behandeling vindt plaats met Koranverzen waaraan zegen brengende krachten zijn toegeschreven. Deze verzen worden in gebeden uitgesproken. Er kunnen amuletten van gemaakt worden of de teksten worden opgelost in water dat de patiënt daarna opdrinkt of waar de patiënt mee gewassen wordt. Ook kunnen genezers contact zoeken met geesten, of gebruik maken van oliën en kruiden.
  • Een moslim is verplicht er zelf alles aan te doen om gezond te blijven. Wordt hij toch ernstig ziek, dan is dat zijn door Allah bepaalde lot. Ziek worden wordt meestal niet gezien als een straf van God, maar als een beproeving, zoals het hele leven als een beproeving wordt gezien. Voor moslims is het een plicht om voor zieken en zwakkeren te zorgen als ze daar toe in staat zijn.
  • Bloedtransfusies zijn toegestaan in de islam.
  • Orgaantransplantaties worden door de meeste moslimgeleerden toegestaan omdat er een mensenleven mee gered kan worden. Een deel van de moslimgeleerden vindt echter dat deze praktijk tegen de eerbiedwaardigheid (hurma) van het menselijk lichaam ingaat. Euthanasie wordt niet toegestaan in de islam. De mens mag zijn of haar bestemming en het vastgestelde tijdstip van de dood niet wijzigen of ontlopen. De dood wordt beschouwd als de overgang naar het hiernamaals. Het sterven en het lijden krijgen door het uitzicht op een nieuw leven een hoopvolle betekenis. Vanuit deze visie is euthanasie, wat vergeleken wordt met suïcide, verboden. Het tijdstip van de dood heeft Allah al lang geleden bepaald. Zie ook Palliatieve zorg.
  • Ghaly M. Religio-ethical discussions on organ donation among Muslims in Europe: an example of transnational Islamic bioethics. Medicine Health Care and Philosophy, 2012, 15(2): 207-220.
  • Ibn Rushd. The Distinguished Jurist’s Primer [Bidāyat al-Mujtahid wa nihāyat al-muqtasid]. Uit het Arabisch vertaald door I.A. Khan Nyazee. Reading: Garner Publishing Limited 2006 (first edition 1994).
  • Koningsveld PS van. Een eerste kennismaking met geloofsleer, wet en geschiedenis. 3e geheel herziende en uitgebreide druk. Maarssen: de Ploeg 1996.
  • Dessing NM. Rituals of birth, circumcision, marriage, and death among muslims in the Neherlands. Leuven: Peeters 2001.
  • Beck H & Wiegers GA. Moslims in een westerse samenleving: Islam en ethiek. Zoetermeer: Uitgeverij Meinema 2008.
  • Inhorn MC. Making Muslim babies: IVF and gamete donation in sunni versus shi’a Islam. Culture, Medicine and Psychiatry 30:427-450, 2006.
  • Endt-Meijling M van. Rituelen en gewoonten: geboorten, ziekte en dood in de multiculturele samenleving. Bussum: Coutinho, 2006
  • Poelsma MC. Seksualiteitsbeleving in de islam. Bijblijven, 11/ 7 Allochtonen, 1995
  • Mehraz et al. Geef me raad, handboek deskundigheidsbevordering geestelijke gezondheid voor zorgintermediairs. Utrecht: Pharos, 2009
  • Acherrat-Stitou Z. Islam en psychiatrie in Nederland, een verkenning. Psyche & Geloof 20 (2009), nr. 2, pag. 110-118
  • Seeleman C, Suurmond J, Stronks K. Een arts van de wereld: etnische diversiteit in de medische praktijk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2005 ISBN 90 313 46584
  • “De Wegwijzer”, tijdschrift gepubliceerd door de Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims (VOEM) vzw, jaargang 4, nov-dec 2000 & jaargang 5, januari-februari 2001.
  • Rijn C van: Views of immigrant Muslim women about their menstrual cycle and their expectations of the GP. Onderzoeksverslag afdeling eerstelijns geneeskunde UMC stRadboud Nijmegen. 2010
  • Muijsenbergh M van den and Lagro-Janssen T. Urinary incontinence in Moroccan and Turkish women: a qualitative study on impact and preferences for treatment. Br journal General Practice 2006;56:945-949 (WP)
  • Özdemir S. Dubbelleven leidt tot klachten: Islam en homoseksualiteit in Nederland. Phaxx (2011) 3, p. 5-7
  • Suurmond J, Seeleman C, Stronks K, Essink Bot ML. Een arts van de wereld. Etnische diversiteit in de medische praktijk. Tweede herziene druk, BSL 2012

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de werking van de website te optimaliseren. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten