Vrouwelijke Genitale Verminking (VGV) of meisjesbesnijdenis

1.  De meest relevante punten

  • In Nederland wonen ongeveer 60.000 vrouwen uit Oost-Afrika (Soedan, Somalië, Eritrea) of andere landen waar VGV veel voorkomt, die een grote kans hebben besneden te zijn.
  • Zij vermelden dit vaak niet zelf en zien geen relatie tussen besnijdenis en eventuele klachten.
  • VGV kan lichamelijke, psychische en seksuele problemen veroorzaken.
  • VGV (of meisjesbesnijdenis) is in Nederland strafbaar als vorm van mishandeling.
    • Denk aan (dreigende) besnijdenis bij buikpijn en urogenitale klachten, m.n. tijdens zwangerschap, voor huwelijk (angst huwelijksnacht) en bij meisjes voor vakanties in thuisland (kans uithuwelijking en risico besnijdenis).

2. Epidemiologie

VGV komt met name voor in (Oost-) Afrika en in een beperkt aantal landen in het Nabije Oosten en in Azië (bijvoorbeeld in Indonesië en Koerdisch Irak). Jaarlijks worden 130 miljoen meisjes besneden.

(www.meisjesbesnijdenis.nl/Brochures meisjesbesnijdenis/Focal_point_kaart_landen.pdf).

Van de zwangere vrouwen uit risicolanden die bevallen in Nederland is 40% besneden.

Hoewel strafbaar, worden mogelijk toch dochters van migranten in Nederland besneden; het aantal wordt geschat op 50 per jaar.

VGV vindt meestal plaats op de leeftijd van 4 tot 12 jaar, maar in een aantal culturen al een paar dagen na de geboorte of juist voor het huwelijk.

3. Etiologie

Het besnijden of bewerken van de uitwendige genitalia van meisjes is een culturele traditie en is verbonden met opvattingen over reinheid, schoonheid, vrouwelijkheid en seksuele moraal. Ouders laten de besnijdenis uitvoeren omdat hun dochter anders weinig kans heeft een man te krijgen, dus om haar toekomst veilig te stellen.

VGV vindt meestal plaats op de leeftijd van 4 tot 12 jaar, maar in een aantal culturen wordt ook al een paar dagen na de geboorte besneden. Ook tot vlak voor het huwelijk kan VGV nog plaatsvinden.

4. Kliniek

Vormen van besnijdenis: zie tekening www.meisjesbesnijdenis.nl/Brochures meisjesbesnijdenis/Focal_point_kaart_vormen.pdf.

De WHO onderscheidt vier vormen van meisjesbesnijdenis:

  • Type I: Gedeeltelijke of totale verwijdering van de clitoris en/of de voorhuid (clitoridectomie) – hieronder valt ook de incisie van het preputium van de clitoris: de tegenwoordig vaak gepropageerde “lichte “vorm (sunna, prikje).
  • Type II: Gedeeltelijke of totale verwijdering van de clitoris en de binnenste schaamlippen, met of zonder verwijdering van de grote schaamlippen (excisie).
  • Type III: Vernauwen van de vaginale opening door wegsnijden en aan elkaar hechten van de kleine en/of de grote schaamlippen, met of zonder verwijdering van de clitoris (infibulatie).

Dit is de ernstigste vorm, die de meeste gezondheidsproblemen met zich mee brengt, en komt vooral voor bij vrouwen uit Somalië en Sudan. Veel van deze vrouwen vinden het mooier en hebben zorgen over het “gat” dat overblijft als na een partus hun vagina niet opnieuw wordt dichtgenaaid.

  • Type IV: Alle andere schadelijke handelingen aan de vrouwelijke geslachtsorganen voor niet-medische redenen, zoals prikken, piercing, kerven, schrapen en wegbranden.

Complicaties direct na de ingreep:

Korte termijn gevolgen van de besnijdenis kunnen zijn: pijn, bloedverlies en wondinfecties (soms sepsis, tetanus, HIV-AIDS transmissie). Soms leidend tot fistels of ernstige litteken vorming.

Lange termijn complicaties:

Bij vrouwen in Nederland worden we vooral geconfronteerd met de lange termijngevolgen van infibulatie: mictieklachten (m.n. langdurige mictie), pijnlijke cysten, verdikt littekenweefsel waardoor baringsproblemen ontstaan (m.n. wanneer multipara meerdere keren ‘terug’gehecht zijn), infertiliteit en (bij de meest ernstige vorm) menstruatieproblemen of zelfs haematocolpos. In Afrika blijkt een verhoogd risico op keizersnede, postpartum bloedverlies, doodgeboorte en neonatale sterfte.

Veel voorkomende psycho-seksuele klachten zijn: angst voor de huwelijksnacht, angststoornis, PTSS en/of depressie, chronische pijn, dyspareunie en andere seksuele problemen. Veel vrouwen leggen overigens niet snel een relatie tussen hun klachten en de besnijdenis.

5. Handelen huisarts

Vraag actief, wanneer u een vertrouwensband hebt, naar VGV bij vrouwen uit risicolanden, en naar mogelijke daarmee samenhangende klachten. Maak hierbij zo nodig gebruik van een vrouwelijke tolk.

Informeer zo nodig vrouwen over het Nederlandse verbod op besnijdenis en op re-infibulatie na de partus. (Na een vaginale baring mag de infibulatie niet worden gereconstrueerd in Nederland (standpunt NVOG 2003) zodat de vulva open blijft tot boven de urethra.)

Besteed aandacht aan het risico op besnijdenis bij eventuele dochters van de vrouw. Bij twijfel kunt u laagdrempelig overleggen met de aandachtsfunctionaris VGV bij het AMK.

In dat verband is het wenselijk dat huisartsen, cb-artsen en schoolartsen ouders uit de risicolanden actief aanspreken over vgv. en informeren hoe zij staan t.o.v. vgv, of zij dit voor hun dochter overwegen en wijzen op de andere normen en strafbaarheid in Nederland.

Er is een Modelprotocol medische zorg voor vrouwen en meisjes met vrouwelijke genitale verminking (VGV) beschikbaar op: nvog-documenten.nl/richtlijn

6. Links

7. Voorlichtingsmateriaal

8. Trefwoorden

VGV, FGM, meisjesbesnijdenis, vrouwenbesnijdenis, besnijdenis, urogenitale klachten, bevalling

Share

About Author

admin

Optimized by SEO Ultimate